HomeACTUEELVoor spek en bonen op de boekenbeurs

Voor spek en bonen op de boekenbeurs

Een boekenbeurs is een merkwaardige plek. Je vindt er duizenden boeken, honderden auteurs en minstens evenveel mensen die zeggen dat ze “nog even rustig rondkijken”. Dat doen ze soms urenlang. Ze keren huiswaarts met een volle tas, maar niet noodzakelijk met een boek van jou.

Ik weet dat, want ik heb vaak genoeg  als auteur met wisselend succes achter een tafel gezeten. En hoe langer je tussen de boeken leeft, hoe beter je begrijpt dat een boekenbeurs niet alleen een viering van het geschreven woord is. Het is ook een commercieel evenement, met steeds duurdere toegangsprijzen, verkoopdoelen en auteurs die hopen dat iemand even halt houdt.

Sommigen hoeven daar niet lang op te hopen. Aan de ene kant van het gangpad staat een auteur met een rij lezers voor zich. Aan de andere kant zit een collega die na twee uur nog altijd geen boek heeft verkocht, maar intussen wel heeft ontdekt waar de toiletten zijn, hoeveel bezoekers hem straal negeren en hoe vaak je een stift kunt laten vallen zonder dat iemand het merkt.

Ik herinner me een beurs waar een bekende Vlaamse acteur een fictieboek had uitgebracht. Hij zat klaar om te signeren. Er was belangstelling voor hem: mensen wilden best een handtekening. Alleen was het boek zelf blijkbaar een stap te ver. Een handtekening, graag. Een roman, misschien toch liever niet.

Recht tegenover hem stonden auteurs met pikante boeken met Goedele Liekens als ware magneet. Daar was het een heel ander verhaal. De rij werd langer en langer. Je kon er bijna een eigen boekentitel van maken: De lange rij voor de erotische literatuur. Op een bepaald moment kwam er een cameraploeg van het journaal langs. De acteur zag de camera aankomen en werd zichtbaar bleek. Vervolgens dook hij weg, alsof hij hoopte dat de cameraman hem zou verwarren met een stapel boeken.

Ik heb nooit geweten wat hij precies dacht. Misschien wilde hij gewoon niet geïnterviewd worden. Maar vanaf mijn stoel leek het alsof hij vooral niet de vraag wilde krijgen waarom er bij hem niemand stond, terwijl er enkele meters verderop een rij was ontstaan waarvan je het einde niet kon zien.

Dat is het lastige aan een boekenbeurs: de ene auteur staat te signeren voor een publiek dat zijn boeken al kent, de andere hoopt dat iemand op zijn minst even de cover bekijkt alvorens ongeïnteresseerd weg te wandelen. En een enkeling zit daar vooral om te voorkomen dat de stand er onbemand uitziet.

Als piepjong auteur kreeg ik ooit de kans om op de Antwerpse boekenbeurs te signeren op de dag waarop scholen gratis mochten langskomen. Ik was oprecht blij. Een jonge schrijver aan een tafel, tussen al die boeken en al die kinderen: wat kon daar misgaan?

De organisatie had een zoektocht bedacht. De leerlingen kregen een vragenlijst die hen langs verschillende standen moest leiden. Een uitstekend idee, op papier. In de praktijk kwamen er soms groepjes kinderen naar mijn tafel die vooral zo snel mogelijk een antwoord nodig hadden. “Weet u hoe het nieuwste boek van Mark De Bel heet?” vroegen ze dan. Ik probeerde behulpzaam te zijn. Ik wilde ook niet meteen de indruk wekken dat ik een chagrijnige schrijver was die liever met rust werd gelaten. Nog een reden waarom de gevestigde jeugdauteurs niet thuis gaven: voor de kinderen was dit een verplicht nummer. Ze kwamen enkel omdat het moest, en hadden ook geen geld bij om een boek te kopen.

De kinderen konden trouwens ook heel creatief met papier omgaan. Een vragenlijst die op een boek werd gelegd, bleek een uitstekend schrijfblad. De letters drukten door op de kaft van mijn eersteling. Dat boek was daarna niet meer echt verkoopbaar. Mijn uitgever bekeek het resultaat hoofdschuddend.

Terwijl ik een antwoord op hun vele vragen probeerde te bedenken, zag ik vanuit mijn ooghoek een spelletje: “Durf je? Durf je?” Een jongen stoof langs mijn tafel en gaf er in het voorbijlopen een trap tegen. De boeken vlogen alle kanten op. Ik voelde een pijnscheut in mijn been. De parking lag een heel eind verderop en ik moest erheen strompelen met een snel opzwellende knie en het gevoel dat mijn eerste schoolbezoek als auteur nét iets interactiever was verlopen dan verwacht.

Je leert op een boekenbeurs al snel om zulke dingen te relativeren. Als auteur wil je gelezen worden. Een vorm van ijdelheid, zeker, waarom het ontkennen. Je hoopt dat iemand je naam herkent, je boek oppakt of vraagt waar het over gaat. En wanneer dat niet gebeurt, zeggen we dat het vooral om de sfeer ging. Om de contacten. Om de andere auteurs. Dat is vaak waar. Het is alleen soms ook een vriendelijk jasje dat we over de teleurstelling aantrekken.

Zakelijk bekeken is het voor een auteur meestal geen lucratieve dag. Je betaalt je verplaatsing zelf en krijgt ook geen vergoeding voor je uren. Misschien wel een drankje, een schouderklopje en de mogelijkheid om een boek uit het fonds van je uitgever te kiezen. Dat is aardig, maar je kunt er de benzine niet mee betalen. En als je niets verkoopt, blijft de opbrengst van je dag vooral bestaan uit gesprekken, herinneringen en mogelijk een knie die nog een tijdje lastig doet.

Een boekenbeurs is trouwens ook gewoon een uitstapje. Je kunt er uren snuisteren, luisteren naar gesprekken en voorstellingen — interactief of minder interactief — en af en toe een boek kopen. Tussendoor eet je iets, drink je iets en kijk je eens wie er achter de signeertafels zit. Soms lijkt zo’n beurs wel een soap: de bestverkopende auteurs krijgen de hoofdrol en staan prominent in beeld. Heel wat andere auteurs zitten aan een tafeltje als figuranten zonder tekst. Ze vullen de scène, maken het geheel indrukwekkender en mogen even in beeld komen — al hopen ze natuurlijk dat er toch iemand bij hen stopt. Daar is op zich niets mis mee. Een dagje uit mag best een cultureel alibi hebben, en als er ook nog een paar boeken mee naar huis gaan, is iedereen tevreden. Ogenschijnlijk toch, maar de vele auteurs die weinig of niets verkocht hebben zullen dat om de dooie dood niet toegeven.

Ooit omschreef een nochtans succesvol auteur met wie ik zat te signeren het met het nodige cynisme: “We zitten hier in de zoo, maar aan de verkeerde kant van de tralies.”

Als uitgever bekijk ik het puur economisch. Een stand kost geld. Je moet boeken voorzien, alles opbouwen en ervoor zorgen dat er iemand aanwezig is. Die aanwezigheid vraagt tijd — tijd waarin ik ook had kunnen schrijven, redigeren of aan een volgend boek werken. Soms levert een beurs mooie gesprekken en nieuwe lezers op. Soms komt er een bestelling binnen. Soms bestaat het hoogtepunt uit een kop koffie die net niet over een boek is gemorst.

Toch heeft het zin dat auteurs er zitten. Ook als ze geen boek verkopen. Ze horen bij het grote geheel: de nieuwe namen, de onbekende titels, de schrijvers die hun kans grijpen en de auteurs die al jaren weten hoe lang je een glimlach kunt volhouden voor iemand die alleen maar naar de plattegrond vraagt.

Maar mij moeten ze niet meer vragen.

NIEUW! KOERSKLAP

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang elke woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Waarom boomagers langer leven (en meer lachen)

Wie tegenwoordig een beetje rondkijkt, ziet het meteen: wij boomagers duiken overal op. We zitten in de fitness naast iemand die ons kleinkind zou...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...