Tweemaal de Rode Duivels boven. België heeft zondag met 5-1 gewonnen van Nieuw-Zeeland en ging door naar de volgende ronde van het WK. Dat is mooi. Dat is zelfs heel mooi. Vijf keer juichen op één avond, dat is voor een Belg ongeveer het maximum dat zonder doktersadvies verantwoord is. Eh, excuus, ochtend natuurlijk, ik schreef het automatisch, macht der gewoonte.
Overal hangt een zeker koel realisme in de lucht: bijna niemand denkt dat we wereldkampioen worden. Wat een opluchting. de Nederlanders daarentegen wAren al collectief overtuigd van de titel, maar daar stak marokko dus een stokje voor.
En dan dus de zege tegen Senegal, we blijven er opvallend rustig bij. Geen nationale koorts waarbij volwassen mensen plots berekenen tegen wie we in de halve finale “het best” uitkomen. Geen buurman die aan de haag staat te fluisteren dat “als De Bruyne fit blijft en de backs wat hoger staan” we eigenlijk niemand hoeven te vrezen. Geen nonkel die op familiefeesten met een servet de veldbezetting uitlegt terwijl de mayonaise op de spitspositie belandt.
Nee, dit keer zijn we realistischer. België gaat door. Prima. We zijn blij. We glimlachen. We zeggen: “Goed gespeeld.” En daarna vragen we voorzichtig of er nog koffie is. Dat is volwassen voetbalbeleving.
De media hebben dat memo alleen nog niet helemaal gekregen. Want zodra België op een WK een bal drie keer na elkaar naar een ploegmaat speelt, wordt er in de kranten blijkbaar een alarmknop ingedrukt. Dan verschijnt er een sportkatern van veertien pagina’s, waarvan twaalf over het WK. De dertiende pagina gaat over wielrennen, maar ook daar staat ergens tussen de regels dat Evenepoel “de wedstrijd van de Duivels met belangstelling volgde”. De veertiende pagina is het weerbericht, met de melding dat er kans is op lichte voetbaldrukte in de namiddag.
Alles wordt geanalyseerd. De eerste goal. De tweede goal. De blik van de bondscoach na de derde goal. De manier waarop een invaller zijn trainingsvest uittrok. De lichaamstaal van de reservekeeper. De vraag of het applaus na de 5-1 spontaan was of strategisch opgebouwd.
En dan de grote dossiers. “Wat betekent deze zege écht?” Wel, vermoedelijk dat België beter was dan Nieuw-Zeeland.
Maar dat is natuurlijk veel te kort voor een bijlage van veertien pagina’s. Dus krijgen we schema’s, statistieken, commentaren, reconstructies, vijf sleutelmomenten, zeven conclusies, drie twijfels en een kaderstukje over de man die de cornervlaggen klaarzette.
Op televisie is het niet beter. Daar zit een panel van oud-spelers ernstig te discussiëren over pressing, zones, looplijnen en “intensiteit zonder bal”. Terwijl de gemiddelde kijker vooral denkt: ze hebben vijf keer gescoord, mogen we nu gewoon blij zijn?
Dat mag dus. Zonder meteen een open bus te reserveren. Zonder het Atomium rood-geel-zwart te schilderen. Zonder kinderen met de naam Romelu in te schrijven bij de burgerlijke stand. Gewoon blij zijn, zonder meer.
Dat is misschien wel de ideale houding voor deze generatie supporters. We hebben genoeg meegemaakt. We hebben gouden generaties zien blinken, dromen zien groeien en verwachtingen zien ontploffen als een slecht opgepompte strandbal. Nu weten we beter. Een overwinning is een overwinning. Een ronde verder is een ronde verder. En een WK blijft een tornooi waarin één mislukte terugspeelbal, één scheidsrechter met creatieve fantasie of één bal op de paal een heel land weer aan de maagtabletten kan krijgen.
Dus laten we genieten van deze 5-1 en de onwaarschijnlijke coup tegen Senegal. Van de goals. Van de glimlach. Van het feit dat we nog meedoen. Van de kranten die doen alsof er naast voetbal alleen nog verkeershinder en kruiswoordraadsels bestaan. En vooral: van het zalige gevoel dat we eens niet allemaal roepen dat we wereldkampioen worden.
Dat komt misschien na de volgende overwinning. Begint de WK -stress toch langzaam toe te slaan?















