De actieve 50-plusser bestaat, maar gelukkig hoeft niet iedereen dat te zijn
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: de vrouwen die in dit artikel voorkomen, bestaan niet. Els, Fatima, Anja, Caroline, Marleen en Hilde zijn door mij bedacht. Ik kom daar graag openlijk voor uit, want ik lees zelf ook weleens artikelen waarin mensen worden opgevoerd die verdacht goed in het verhaal passen, zonder dat duidelijk wordt of ze echt bestaan, samengesteld zijn uit verschillende personen of volledig uit de pen van de auteur zijn ontsproten.
Mijn vrouwen zijn dus verzonnen, maar niet zomaar uit het niets. Ik heb ze samengesteld op basis van vrouwen die ik rondom mij zie, ontmoet, hoor praten en bezig zie met hun werk, gezin, ouders, kleinkinderen, vrienden, gezondheid, plannen en dagelijkse beslommeringen. Geen van de personages is één bestaande vrouw, maar in elk van hen zullen waarschijnlijk heel wat vrouwen iets van zichzelf, een vriendin, een zus, collega of buurvrouw herkennen. Het is geen wetenschappelijk onderzoek en ook geen poging om te vertellen hoe “de vrouw boven de vijftig” denkt, want precies die vrouw bestaat niet. Het is hoogstens een kleine doorsnede van onze maatschappij, bekeken door een man die zich voor één keer bewust probeert af te vragen hoe diezelfde maatschappij eruitziet wanneer je er als vrouw van boven de vijftig middenin staat. Misschien als schaamlapje omdat wij bij Boomager maar weinig vrouwen aan het woord laten, ik geef het toe. Maar we doen ons best.
Dat blijkt meteen een interessante oefening, want we spreken nogal gemakkelijk over 50-plussers, senioren, ouderen, 55-plussers, gepensioneerden en soms zelfs nog over bejaarden, terwijl binnen al die verzamelwoorden een wereld aan verschillen schuilgaat. Een vrouw van 52 die volop carrière maakt, heeft weinig gemeen met een vrouw van 82 die haar dagen anders moet organiseren omdat haar gezondheid minder meewerkt. Toch belanden ze vanaf een bepaald moment samen in statistieken, marketingcategorieën en artikels over “de oudere generatie”.
Daarom stel ik je graag voor aan een paar vrouwen die niet bestaan en tegelijk overal rondlopen.
Els is 53 en vraagt zich af wanneer ze oud geworden is
Els werkt vier vijfden, heeft twee volwassen kinderen en een moeder die steeds vaker een beroep op haar doet. Haar kinderen wonen niet meer thuis en benadrukken graag dat ze perfect op eigen benen kunnen staan, al blijkt die zelfstandigheid opmerkelijk snel te verdwijnen zodra een wasmachine een vreemd geluid maakt, een relatie op de klippen loopt of er plots een ingewikkeld formulier moet worden ingevuld.
Ze heeft het druk genoeg om nauwelijks tijd te hebben om zich af te vragen tot welke leeftijdsgroep ze behoort, tot iemand haar op een dag omschrijft als een oudere vrouw. Dat woord blijft even hangen. Ze kijkt nog altijd naar dezelfde televisieprogramma’s als enkele jaren geleden, koopt concerttickets, gaat werken, spreekt af met vriendinnen en maakt plannen voor volgende zomer, maar ergens onderweg is ze blijkbaar in een nieuwe categorie terechtgekomen.
Met 50-plusser kan ze leven, want dat is gewoon rekenen. Met 55-plusser zal dat over twee jaar ook lukken. Bij senior begint ze al wat moeilijker te kijken en wanneer iemand het woord bejaarde gebruikt, vermoedt ze dat die persoon het over iemand anders heeft, over haar moeder bijvoorbeeld.
Misschien is dat wel een eerste les wanneer we over leeftijd spreken. Leeftijd is exact meetbaar, maar het gevoel dat erbij hoort veel minder. De kalender loopt keurig door, terwijl het hoofd soms nog enkele decennia achterop hinkt.
Fatima is 59 en heeft weinig tijd om een actieve senior te zijn
Fatima werkt voltijds, heeft een partner, kinderen die hun eigen leven leiden en een kleindochter voor wie ze met plezier tijd vrijmaakt. Daarnaast probeert ze regelmatig te wandelen, spreekt ze af met vriendinnen en heeft ze zich voorgenomen eindelijk behoorlijk Spaans te leren, al gaat dat voorlopig vooral goed zolang niemand haar in het Spaans antwoordt.
Volgens sommige folders en websites behoort ze inmiddels tot de actieve senioren. Dat vindt ze een merkwaardige term, want toen ze 39 was, sprak niemand over een actieve 39-jarige. Blijkbaar wordt activiteit vanaf een bepaalde leeftijd plots een prestatie die vermelding verdient.
Daar zit ook iets verraderlijks in. We hebben het graag over de actieve 50-plusser, omdat dat een aantrekkelijk beeld oplevert van mensen die reizen, wandelen, fietsen, cursussen volgen, vrijwilligerswerk doen en enthousiast nieuwe plannen maken. Daar is niets mis mee, zolang we niet stilletjes de indruk wekken dat iedereen boven de vijftig voortdurend actief hoort te zijn.
Fatima heeft dagen waarop ze veel doet en dagen waarop ze vooral blij is dat er niets op haar programma staat. Dat tweede beschouwt ze niet als een mislukking, maar als een luxe die ze vroeger veel minder had.
Anja is 64 en organiseert iedereen behalve zichzelf
Anja heeft een agenda waarvan je vermoedt dat er ergens een professioneel secretariaat achter zit. Ze werkt nog enkele dagen per week, past regelmatig op haar kleinkinderen en probeert haar vader van 87 te helpen zonder hem het gevoel te geven dat hij niet meer zelfstandig is. Dat laatste is een evenwichtsoefening die in geen enkele handleiding staat.
Veel vrouwen van haar generatie herkennen die positie. Ze zitten tussen kinderen, kleinkinderen en hoogbejaarde ouders in en zijn daardoor tegelijk moeder, grootmoeder, dochter, werknemer, partner en mantelzorger. Ze doen veel van die dingen graag, maar dat betekent niet dat alles altijd vanzelfsprekend is.
Anja betrapt zichzelf er soms op dat ze een hele week voor andere mensen heeft georganiseerd en op zondagavond vaststelt dat ze nauwelijks iets heeft gedaan wat alleen voor haarzelf bedoeld was. Dat klinkt dramatischer dan zij het bedoelt, want ze is niet ongelukkig en voelt zich ook geen slachtoffer. Ze heeft alleen geleerd dat graag voor anderen zorgen en af en toe met rust gelaten willen worden perfect naast elkaar kunnen bestaan.
Misschien is dat een kant van het leven van veel vrouwen boven de vijftig die we te weinig benoemen. Ze zijn vaak nog volop betrokken bij het leven van anderen, terwijl tegelijk de behoefte groeit om hun eigen tijd wat serieuzer te nemen.
Caroline is 68 en ontdekt dat pensioen geen opdracht is
Caroline is twee jaar met pensioen en merkt sindsdien hoe vaak mensen haar vragen wat ze tegenwoordig allemaal doet. De vraag is vriendelijk bedoeld, maar soms krijgt ze het gevoel dat ze haar pensioen moet verantwoorden door een indrukwekkende lijst activiteiten voor te leggen.
Ze reist af en toe, leest veel, gaat naar het theater, spreekt met vriendinnen af en volgt een cursus kunstgeschiedenis. Op andere dagen doet ze nauwelijks iets bijzonders en dat vindt ze minstens even aangenaam. Ze heeft lang genoeg met agenda’s, deadlines en verplichtingen geleefd om te beseffen dat een lege namiddag niet noodzakelijk moet worden gevuld.
Ook hier wringt het beeld van de actieve senior soms. Natuurlijk is het prachtig wanneer mensen op hun zeventigste nog lange fietstochten maken, vrijwilligerswerk doen of de wereld rondreizen, maar niet iedereen heeft daar behoefte aan of is lichamelijk in staat om dat te doen. Wie graag thuis leest, tuiniert, naar muziek luistert of gewoon wat rustiger leeft, hoeft zich niet te verdedigen tegen een samenleving die activiteit steeds vaker als de enige vorm van geslaagd ouder worden presenteert.
Caroline is dus actief wanneer ze daar zin in heeft en bijzonder goed in nietsdoen wanneer ze daar behoefte aan heeft. Ze vindt beide even waardevol.
Marleen is 74 en weigert onzichtbaar te worden
Marleen hoort tegenwoordig steeds vaker bij de ouderen, tenminste wanneer anderen haar moeten indelen. Zelf gebruikt ze het woord nauwelijks. Ze voelt zich niet jong, maar ook niet plots veranderd in een aparte mensensoort omdat er een zeven voor haar leeftijd staat.
Ze merkt wel dat vrouwen op latere leeftijd soms wat uit beeld verdwijnen. In reclame, televisie en tijdschriften duiken ze vaak op wanneer het over gezondheid, kleinkinderen, pensioen of zorg gaat, terwijl hun leven uiteraard veel breder is. Marleen gaat graag uit eten, koopt boeken, reist nog wanneer het kan, heeft uitgesproken politieke meningen en weet doorgaans bijzonder goed waaraan ze haar geld wel en niet wil besteden.
Ze vindt het ironisch dat bedrijven jarenlang achter consumenten aanlopen om hen precies te leren kennen en vervolgens soms opvallend weinig belangstelling lijken te hebben zodra diezelfde consument ouder wordt. Haar koopkracht is groter dan vroeger, haar smaak is duidelijker en ze heeft eindelijk tijd om van een aantal dingen te genieten waarvoor ze vroeger nauwelijks ruimte had.
Onzichtbaar voelt ze zich dus niet, maar af en toe heeft ze wel het gevoel dat anderen wat beter moeten kijken.
Hilde is 82 en bepaalt liefst zelf hoe oud ze is
Bij Hilde wordt het woord bejaarde statistisch gezien wat moeilijker te vermijden, al gebruikt ze het zelf liever voor mensen die ouder zijn dan zij. Dat is een handig systeem, want daardoor schuift de grens automatisch mee.
Hilde woont alleen sinds haar man enkele jaren geleden overleed. Ze rijdt niet meer met de auto, haar knieën werken niet altijd mee en sommige dingen kosten meer moeite dan vroeger. Daar hoeft niemand een vrolijk verhaal van te maken, want ouder worden brengt soms beperkingen, verlies en een kleiner wordende wereld mee.
Toch bestaat haar leven niet uitsluitend uit die beperkingen. Ze stuurt berichten naar haar kleinkinderen, volgt het nieuws op haar tablet, telefoneert veel met haar zus en is nog altijd nieuwsgierig naar wat er rondom haar gebeurt. Online bankieren weigert ze principieel, niet omdat ze het niet zou kunnen leren, maar omdat ze vindt dat er grenzen zijn aan wat een mens allemaal verplicht digitaal moet doen.
Daarin is ze misschien ouderwets. In andere dingen helemaal niet. Ook dat maakt leeftijd zo moeilijk samen te vatten.
Er hadden nog tientallen andere vrouwen kunnen staan
Ik had net zo goed een vrouw van 51 kunnen bedenken die na een scheiding opnieuw begint te daten en ontdekt dat verliefd worden tegenwoordig eerst door een app moet worden goedgekeurd. Daarnaast had er een vrouw van 57 kunnen staan die pas nu professioneel helemaal op kruissnelheid komt omdat haar kinderen het huis uit zijn, of een vrouw van 62 die bewust geen grootmoederrol heeft omdat ze geen kinderen heeft en daar helemaal niet ongelukkig om is.
Er hadden ook vrouwen in dit artikel moeten passen voor wie “actief ouder worden” helemaal geen vanzelfsprekendheid is, omdat ziekte, financiële zorgen of mantelzorg hun mogelijkheden beperken. Daarnaast zijn er vrouwen die na hun zestigste opnieuw verliefd worden, opnieuw gaan studeren, een onderneming beginnen, alleen op reis vertrekken of juist besluiten dat ze eindelijk wat minder ambities willen hebben.
Dat is precies waarom ieder etiket tekortschiet. 50-plusser is handig, 55-plusser eveneens en senior kan in de juiste context perfect bruikbaar zijn, maar geen enkel woord vertelt wie iemand werkelijk is, zelfs ‘boomager’ niet. Zelfs het wat ouderwetse bejaarde zegt uiteindelijk vooral iets over leeftijd en nauwelijks iets over karakter, levensstijl, gezondheid of verwachtingen.
Misschien is dat de belangrijkste conclusie
Wanneer we over vrouwen boven de vijftig spreken, hebben we het niet over één generatie met één levensstijl. We spreken over vrouwen die nog twintig jaar kunnen werken en over vrouwen die al lang met pensioen zijn, over vrouwen die dagelijks voor anderen zorgen en over vrouwen die eindelijk vooral voor zichzelf willen leven. Sommigen zijn ondernemend en luid aanwezig, anderen houden van rust en een kleiner leven, terwijl weer anderen noodgedwongen een stap terug moeten zetten.
Daarom wil ik ook voorzichtig zijn met de omschrijving ‘actieve 50-plusser’. Het is een mooie term zolang we hem gebruiken om duidelijk te maken dat ouder worden niet hetzelfde is als verdwijnen uit de maatschappij. Het wordt een minder mooie term wanneer hij verandert in een norm waaraan iedereen moet beantwoorden.
De 50-plussers vormen geen leger gelijkgestemde mensen dat gezamenlijk richting pensioen marcheert. Het is een bonte verzameling individuen met verschillende achtergronden, interesses, mogelijkheden en verlangens, en bij de vrouwen is dat vanzelfsprekend niet anders.
De vrouwen in dit artikel heb ik verzonnen. Daar kom ik zonder omwegen voor uit. Maar kijk morgen eens rond in je familie, op het werk, in de winkel, op straat, in een vereniging of op café en je zult waarschijnlijk flarden van Els, Fatima, Anja, Caroline, Marleen en Hilde herkennen.
Niet omdat vrouwen boven de vijftig allemaal op elkaar lijken, maar juist omdat ze zo verschillend zijn. Wie weet hoe ze over ons mannen denken…
















