6 Juli 1934: losgeld gehalveerd

Op 21 juni ll verscheen de advertentie “A.N.S – Betreuren voorwaarden uit onze brief te moeten handhaven.” Een achtste brief kon niet uitblijven …

 Verstuurd op 05.07.1934 tussen 20.00 – 21.00 uur te Brussel 1
Ontvangen op 06.07.1934

Monseigneur,

Ingevolge uw laatste mededeling in de pers, zijn wij in conflict gekomen en indien dit conflict binnenkort niet is opgeruimd, zal dit de verbreking uitlokken van de betrekkingen, die moeilijk weer zullen kunnen worden aangeknoopt.

Wegens de zeer uitzonderlijke omstandigheden stellen wij het op prijs nogmaals te onderstrepen dat de oorzaken van dit conflict niet van onze kant komen en dat, indien deze zaak, met een tot hiertoe ongekende belangrijkheid op dit gebied, nog niet in gunstige zin is opgelost, men misschien nooit tot een gelukkige oplossing zal komen en de fout zal neerkomen op diegenen die hun verplichtingen, in gemeenschappelijk akkoord met de bevoegde overheid aangegaan, niet zijn nagekomen. Indien wij nogmaals aandringen op het aandeel der verantwoordelijkheid, is dit omdat vroeg of laat, wanneer de zaak verkeerd loopt, dit bekend zal worden en zwaar te dragen zal zijn, vooral na behandeling in het Belgische parlement.

Om terug te komen op de inhoud van uw brief, moeten wij u bevestigen wat wij u hebben geschreven. De wijze van uitwisseling die u voorstelt, is praktisch niet te verwezenlijken. Maar bovendien zult u moeten begrijpen dat wij ons, wegens het niet nakomen van uw verplichtingen, tot geen enkele prijs meer willen verbinden u het paneel te overhandigen zonder vooraf de verlangde premie te hebben ontvangen en dit overeenkomstig onze eerste voorwaarden. Het is te nemen of te laten.

Wij hebben u de S.J. volledig geleverd, zoals hij was, in plaats van u enkele stukjes te zenden, uitsluitend met het doel u onze goede trouw te bewijzen en u hebt geen redenen eraan te twijfelen dat wij u weer in het bezit van de R.R. zullen stellen. Integendeel, wij komen tot de vaststelling dat wij beter zouden gehandeld hebben door enkel een stukje van de SJ. te bezorgen aan u. Wij hebben dus het recht om niets aan onze voorwaarden te veranderen.

Toch verlangen wij, evenzeer als u allen, dat het paneel mag gered worden van een bijna zekere vernietiging, want indien u met aandacht onze eerste brief wilt overlezen, zult u bemerken dat er slechts weinig gebeurtenissen nodig zijn om het paneel voorgoed verloren te doen gaan. Daarom willen wij onze eerste voorwaarden als volgt wijzigen:

·         Wij zijn bereid u in het bezit te stellen van de R.R. nadat u volgens onze eerste aanwijzingen de som van 500.000 frank heeft gestort. Zo zullen de huidige moeilijkheden, die u vooropzet, gedeeltelijk omzeild worden.

·         Daarentegen gaat u de verplichting aan, twaalf maanden na ontvangst van het paneel van de R.R. en in zoverre dit u in perfecte staat bereikt, de som van 400.000 frank te zullen storten aan de persoon, die wij u te gelegener tijd zullen laten weten.

Na wat is gebeurd moet de eerste voorwaarde als een verzekering beschouwd worden, terwijl de aangegane verplichting alleen een vage en strikt voorwaardelijke belofte is. Maar indien u dit aanbod niet aanvaardt, na de bewijzen van goed vertrouwen en goede wil waarvan wij blijk geven, zullen wij in uw weigering het bewijs zien dat u voor een geldkwestie de verantwoordelijkheid voor een automatische vernieling van een van de mooiste pronkstukken van de geschiedenis op u wilt laden. En wij zullen dienovereenkomstig handelen…

Gelieve te aanvaarden, Monseigneur, de verzekering van onze eerbiedige hoogachting.

D.U.A.

*=*=*=*=*

Commissaris Luysterborgh schrijft over deze gebeurtenis in z’n proces verbaal …

“Een brief ‘D.U.A’ verzonden te Brussel 1  op 5 juli 1934 aan het Bisdom te Gent en waar wij geen gevolg hebben aan gegeven”

*=*=*=*=*

Intussen in het fictieve dagboek van Meneer Arséne …

Vandaag met de trein naar Brussel…

Het was een ochtend als alle andere, behalve dat ik toevallig tegenover een Wetterse collega wisselagent zat. We raakten al snel in gesprek over de recente diefstal uit de St. Baafskathedraal, een onderwerp dat de laatste tijd de kunstliefhebbende gemoederen flink bezighield. Er werd weer volop gespeculeerd en theorieën vlogen over en weer.

Mijn mening over de diefstal ?

Dat is eenvoudig. Ge steekt u weg in een biechtstoel en ge wacht tot het donker is. Ge maakt vier vijzen los en het is ge­beurd. Het gaat om twee planken. Ge doet een deur open waarbij ge van binnen altijd naar buiten kunt gaan.”  En daarbij …  “Diefstal? Er is geen diefstal. Van wie is Het Lam Gods? Van de staat. Dat zijn wij allemaal en als men iets verplaatst, dan is het niet gestolen.”

Mijn collega keek me verwonderd aan en vroeg hoe ik dat bedoelde. Ik legde uit dat ik geloofde dat het tweede paneel, St. Jans de Doper, niet echt gestolen was maar enkel dienst had gedaan als bewijs. Het was immers onvoorwaardelijk en zonder enige eis op maandag 28 mei ongeschonden terugbezorgd, zoals iedereen in de kranten had kunnen lezen.

En ik blijf bij wat ik zei op de ochtend van de ontdekking”, vervolgde ik “Si je devais rechercher le tableau, je n’irais pas si loin; je le rechercherais autour de la cathédrale.”

Mijn collega fronste.

“Dus je denkt dat het paneel nooit ver weg is geweest?”

“Precies,” antwoordde ik. “Het is een meesterwerk dat zoveel waarde heeft, niet alleen in termen van geld, maar ook van cultuur en geschiedenis. De kans dat iemand het daadwerkelijk probeert te verbergen of te verplaatsen buiten de directe omgeving is klein. Er zijn te veel ogen en te veel risico’s.” We zwegen even, elk verdiept in onze eigen gedachten. Buiten raasden de groene velden en dorpjes voorbij, maar mijn gedachten bleven bij de kathedraal en het raadsel van Het Lam Gods. “Was het mogelijk dat het paneel altijd al in de buurt was geweest, verscholen in een vergeten nis of een geheimzinnige kapel?” … zag ik mijn gesprekspartner denken.

De trein begon te vertragen terwijl we Brussel naderden. Ik voelde een lichte opwinding. Misschien, dacht ik, zou men binnenkort ontdekken wat er werkelijk gebeurd was. En tot die tijd zou men blijven speculeren, theorieën vormen en mysteries ontrafelen, … maar één ding is zeker, gezien de beveiligingsmaatregelen die thans zijn genomen in de St Baafskathedraal zal een soortgelijke diefstal zich niet meer herhalen. Men kan er noch in, noch uit zonder “de openbare aandacht” te trekken.

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Alexander Graham Bell

Alexander Bell, de uitvinder die communicatie revolutieerde

Alexander Bell, de uitvinder van de telefoon, staat bekend als een van de grootste vernieuwers in de geschiedenis van communicatie. Geboren in Schotland in...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...