Nu ik echt niet zo ver meer van de negentigste verjaardag (op weg naar de 87, nvdr) zit, ben ik wel in staat te schrijven hoe het ouder worden verloopt. Als ik daarbij en uiteraard geen belangrijke details vergeten ben, ‘vergeten’ zijnde het voornaamste symptoom van dat proces.
Vergeten doe je, eens op ‘tram 7’ aangeland, in een eerste instantie met cijfers/getallen en met namen. Het eerste heeft mij nooit gehinderd, vermits ik die cijfers en die getallen nooit in mijn koppeke opgestapeld heb, omdat ze altijd wel ergens opgeschreven of neergedrukt te vinden zijn.
Wat de namen betreft, kan vergetelheid je af en toe wel eens in een nare situatie brengen. Als je bijvoorbeeld een goed bekende man of vrouw reclamerend hoort stellen dat ‘zoiets toch niet mogelijk is’. Aanvankelijk maakte ik gebruik van een zelf bedacht trucje om het allemaal goed te praten. Ik zei dan gewoon ‘ja, ja, je voornaam, die ken ik natuurlijk nog wel, maar je achternaam…’ Waarna ik beide voorgeschoteld kreeg, om ze daarna toch weer uit het hoofd te verspelen.
Zoveel pijnlijker nog kan het worden als ook feiten en zelfs belangrijke feiten je ontsnappen. Ik heb een zeer goede Zuid-Franse vriend, die ik al eens op een bijzonder prettige manier heb bijgestaan bij het schrijven van zijn boek ‘over de koers’. We bezochten samen en voor interviews een aantal Vlaamse toprenners uit een niet zo ver verleden, hij stelde de vragen en ik vertaalde, de antwoorden vooral natuurlijk. De gewezen coureurs in kwestie vonden dat blijkbaar heel prettig, hij puurde er goede vertelsels uit die dan weer tot een goed boek leidden.
De man was er – met zijn zuiders temperament – bijzonder geestdriftig over en het verwonderde mij dan ook dat ik, op een bepaald moment, niks meer van hem hoorde. Dagen en weken en mogelijk zelfs een paar maanden. Tot hij me dan toch nog eens belde, met de melding onder meer dat hij… zo goed als genezen was van zijn ernstige kwaal, die een lange en pijnlijke behandeling had vereist. Dat had hij mij allemaal op voorhand gemeld maar ik was dat…terstond vergeten. Zodat ik in al die tijd nooit of nooit eens geïnformeerd heb hoe het met hem ging. Hij verweet me niks, maar ik zonk bijna door de grond bij de gedachte aan zo’n schaamteloos gedrag.
Ook bij het schrijven speelt die al maar zwaarder doorwegende vergetelheid een rol. Het is mij echt al overkomen dat ik voor een bepaalde roman op een bepaald moment een bepaald detail tot een leuke anekdote verwerkte en 24 uur later… net hetzelfde nog eens op het scherm zette.
Nu kan, bij het produceren van novelles en romans, die sleet van de hersenen ook al eens een voordeel opleveren. Voor zo’n geschrijf gebruik je ook eigen beleefde herinneringen, die je, omgewerkt, het verhaal inlast, maar dat lukt natuurlijk amper nog als je gewoon niet meer weet wat al bijzondere dingetjes je destijds meegemaakt hebt. En dat kan dan wel eens de kwaliteit van je werk verbeteren, vermits je zodoende verplicht wordt alles op fantasie af te stemmen. Alleen moet je er dan wel over waken een paar dagen later niet eenzelfde gebeurtenis uit je duim te zuigen.
Als je dat allemaal vaststelt, welt de vraag in je op hoe lang je al dat schrijfgedoe nog gaat volhouden, met een behoorlijk resultaat uiteraard. Om dan finaal toch te arriveren in de situatie, waarnaar ik het hoofdpersonage van mijn laatste boek geschreven, lees gedreven heb. Dat wil zeggen: het grootste plezier ter wereld vinden in het wegdromen – hele dagen door – naar situaties die je misschien eerder al eens beleefd hebt of anders gewoon ter plaatse fantaseert om daar dan weer alle genoegen ter wereld aan te beleven. En zo honderd jaar oud (of jong, lees kinds) te worden.
















