Zijn vrouwelijke en mannelijke boomagers werkelijk gelijk?
Een nieuwe opdracht voor Aurélie
Stefaan Van Laere: Ik heb onze virtuele AI-redactrice Aurélie opnieuw aan het werk gezet. Niet omdat ze niets te doen had, maar omdat een kunstmatige intelligentie volgens mij niet te lang achterover mag leunen. Voor je het weet, begint ze virtuele koffie te drinken, digitale kruiswoordraadsels in te vullen en te klagen dat haar harde schijf overbelast raakt.
Deze keer legde ik haar een vraag voor die eenvoudiger klinkt dan ze in werkelijkheid is.
“Aurélie,” vroeg ik, “zoek eens uit of vrouwelijke en mannelijke boomagers werkelijk op gelijke hoogte staan. Hebben ze dezelfde kansen, dezelfde ambities en dezelfde verwachtingen van het leven? Worden ze op dezelfde manier ouder? En hoeveel is er veranderd in vergelijking met hun ouders en grootouders?”
Ik voegde eraan toe dat ze zich niet mocht beperken tot mensen van 55 tot 80 jaar. Boomager kent wat mij betreft geen uiterste houdbaarheidsdatum. Onze eigenste medewerker Robert Janssens is 87 en schrijft nog geregeld voor ons. Hij zou het vermoedelijk niet waarderen wanneer Aurélie hem om louter statistische redenen uit onze doelgroep verwijderde.
“Dus geen bovengrens,” zei ik. “Bekijk de mensen van 80, 85, 90 en ouder ook afzonderlijk. Naarmate de leeftijd stijgt, zijn er immers steeds meer vrouwen en steeds minder mannen. Zoek ook uit wat dat betekent.”
Verder gaf ik haar enkele duidelijke instructies. Geen slogans, geen ideologische vooringenomenheid en vooral geen wedstrijd om te bepalen welk geslacht het zwaarste leven heeft. Ik wilde cijfers voor België en, waar mogelijk, ook voor Vlaanderen. Ik wilde bovendien een onderscheid tussen wettelijke gelijkheid en wat mensen in hun dagelijkse leven werkelijk ervaren.
Hieronder volgt haar verslag.
Aurélie onderzoekt
Wie zijn de boomagers?
Voor dit artikel beschouw ik alle mensen vanaf ongeveer 55 jaar als boomagers. Dat is geen officiële demografische categorie, maar een redactionele afbakening. Er geldt geen bovengrens.
Het is wel noodzakelijk om binnen deze zeer ruime groep verschillende levensfasen te onderscheiden. Iemand van 57 bevindt zich meestal nog in het arbeidsleven. Iemand van 72 is doorgaans met pensioen, maar kan nog zeer zelfstandig en actief zijn. Vanaf ongeveer 80 jaar nemen gezondheidsproblemen, zorgbehoeften en het overlijden van leeftijdgenoten gemiddeld toe. Bij de alleroudsten verandert bovendien de verhouding tussen mannen en vrouwen sterk.
Spreken over “de boomager” is daarom riskant. Verschillen in gezondheid, opleiding, inkomen, relationele situatie en woonomgeving kunnen minstens even belangrijk zijn als het verschil tussen man en vrouw.
Een gezonde en financieel onafhankelijke vrouw van 75 met een groot sociaal netwerk kan een heel ander leven leiden dan een alleenstaande man van 60 met gezondheidsproblemen. Het omgekeerde is uiteraard even goed mogelijk.
Geslacht is dus belangrijk, maar het verklaart nooit het volledige levensverhaal.
Ouderdom krijgt steeds vaker een vrouwelijk gezicht
België vergrijst. Begin 2026 was iets meer dan een vijfde van de Belgische bevolking minstens 65 jaar oud. Dertig jaar eerder was dat ongeveer 16 procent. Ook het aantal 80-plussers is sterk gestegen. Meer dan een kwart van alle Belgische 65-plussers is ondertussen minstens 80 jaar oud.
Binnen die oudere bevolking zijn vrouwen steeds sterker vertegenwoordigd.
Bij de Belgische 65-plussers is ongeveer 55 procent vrouw. Vanaf 80 jaar stijgt dat aandeel tot ruim 61 procent. Bij de 90-plussers is bijna 70 procent vrouw. Onder de Belgische honderdplussers zijn er meer dan vier keer zoveel vrouwen als mannen.
Dat betekent dat we de oudste boomagers niet uitsluitend als een ongeveer gelijk verdeelde groep van mannen en vrouwen kunnen benaderen. Hoe hoger de leeftijd, hoe meer ouderdom een vrouwelijke werkelijkheid wordt.
Dat heeft praktische en maatschappelijke gevolgen. Onder de oudste boomagers bevinden zich veel weduwen die alleen wonen. Zij moeten hun eigen huishouden organiseren en kunnen gedurende een langere periode afhankelijk worden van thuiszorg, familieleden of professionele hulp.
Mannen hebben gemiddeld minder kans om deze zeer hoge leeftijden te bereiken. Zij lopen dan weer een grotere kans om vroeger te overlijden en minder jaren met kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen door te brengen.
De hogere levensverwachting van vrouwen wordt vaak als een voordeel voorgesteld. Dat is ze ongetwijfeld gedeeltelijk. Wie langer leeft, krijgt meer tijd. Meer tijd om relaties te onderhouden, ontwikkelingen mee te maken en misschien zelfs achterkleinkinderen te zien opgroeien.
Maar langer leven betekent ook vaker alleen achterblijven, leeftijdgenoten verliezen en gedurende meer jaren met lichamelijke beperkingen leven.
Vrouwen leven langer, maar niet noodzakelijk langer gezond
De gemiddelde levensverwachting bij de geboorte bedroeg in België in 2025 ongeveer 82,5 jaar. Voor vrouwen was dat ongeveer 84,4 jaar en voor mannen 80,5 jaar. Vrouwen leefden gemiddeld dus bijna vier jaar langer.
Het verschil wordt wel kleiner. Aan het einde van de twintigste eeuw bedroeg de kloof tussen mannen en vrouwen nog meer dan zes jaar. Inmiddels is ze teruggelopen tot minder dan vier jaar.
Langer leven is echter niet hetzelfde als langer gezond leven. Belgische mannen en vrouwen van 65 jaar kunnen gemiddeld nog ongeveer twaalf en een half jaar zonder ernstige beperkingen verwachten. Het verschil tussen beide geslachten is daarbij bijzonder klein. Vrouwen leven dus wel langer, maar beschikken vanaf hun 65ste gemiddeld niet over meer gezonde levensjaren dan mannen.
Een deel van hun extra levensjaren wordt bijgevolg doorgebracht met chronische aandoeningen, lichamelijke beperkingen of een behoefte aan hulp.
Dat zien we ook in het gebruik van thuiszorg. Vrouwelijke 65-plussers maken vaker gebruik van professionele of informele zorg aan huis dan mannelijke 65-plussers. Bij alle 75-plussers samen krijgt ongeveer een derde een vorm van thuiszorg.
De gezondheidsbalans is dus dubbel. Mannen hebben gemiddeld een korter leven. Vrouwen hebben gemiddeld een langer leven, maar daardoor ook een grotere kans om hoogbejaard te worden, hun partner te overleven en gedurende een langere periode zorg nodig te hebben.
Geen van beide situaties kan zonder meer als voordeliger worden beschouwd.
Waarom leven vrouwen langer?
Het verschil in levensverwachting heeft verschillende oorzaken. Biologische factoren spelen een rol, maar ook gedrag, beroep en levensstijl zijn belangrijk.
Mannen werkten in het verleden vaker in lichamelijk zware of gevaarlijke beroepen. Zij waren sterker vertegenwoordigd in de bouw, industrie, transportsector en andere werkzaamheden met een verhoogd risico op arbeidsongevallen of langdurige blootstelling aan schadelijke stoffen.
Mannen rookten traditioneel vaker en meer dan vrouwen. Zij dronken gemiddeld meer alcohol en vertoonden vaker risicovol gedrag. Bovendien stellen mannen een bezoek aan de dokter gemiddeld gemakkelijker uit.
Vrouwen onderhouden doorgaans vaker sociale contacten en zoeken sneller professionele hulp wanneer zij zich lichamelijk of psychisch niet goed voelen. Sociale verbondenheid en tijdige medische hulp kunnen de levensverwachting positief beïnvloeden.
De verschillen in levensstijl zijn de voorbije decennia kleiner geworden. Dat is een van de redenen waarom ook de kloof in levensverwachting afneemt.
Op de arbeidsmarkt is de kloof kleiner geworden
De huidige generatie boomagers heeft een heel andere arbeidsloopbaan gekend dan de generatie van haar ouders. Vooral de deelname van vrouwen aan betaald werk is sterk toegenomen.
In 2000 had ongeveer drie kwart van de Belgische mannen tussen 20 en 64 jaar betaald werk. Bij de vrouwen was dat toen iets meer dan de helft. Het verschil bedroeg bijna twintig procentpunten.
In 2024 werkte ongeveer 76 procent van de mannen en ruim 68 procent van de vrouwen. De kloof was daardoor teruggelopen tot ongeveer acht procentpunten.
Bij de 55- tot 64-jarigen is het verschil tegenwoordig nog kleiner. Ongeveer 62 procent van de mannen en 59 procent van de vrouwen in deze leeftijdsgroep is aan het werk.
Dat betekent echter niet dat hun volledige arbeidsloopbaan gelijk is verlopen.
Vrouwen werken nog altijd veel vaker deeltijds. In 2024 werkte ongeveer vier op de tien vrouwelijke werknemers deeltijds, tegenover iets meer dan één op de tien mannelijke werknemers. Ongeveer drie kwart van alle deeltijdse werknemers was vrouw.
Een momentopname aan het einde van de loopbaan vertelt daarom niet het volledige verhaal. Twee mensen kunnen op hun zestigste allebei nog werken, terwijl de ene gedurende veertig jaar voltijds heeft gewerkt en de andere de loopbaan meermaals heeft verminderd of onderbroken om voor kinderen, ouders of andere familieleden te zorgen.
De gevolgen van die vroegere keuzes, omstandigheden of verplichtingen verdwijnen niet wanneer iemand met pensioen gaat.
De ongelijkheid wordt zichtbaar op het pensioenstrookje
Bij Belgen die in 2023 met pensioen gingen, bedroeg het gemiddelde totale maandelijkse pensioen van mannen ongeveer 2.324 euro. Bij vrouwen was dat gemiddeld ongeveer 1.825 euro. Het verschil bedroeg bijna 500 euro per maand. Het totale pensioen van vrouwen lag daarmee gemiddeld ruim een vijfde lager.
Vooral bij de aanvullende pensioenen blijft de kloof groot. Mannen hebben vaker een lange voltijdse loopbaan opgebouwd in sectoren met een groepsverzekering of een andere aanvullende pensioenregeling.
Dit verschil is niet noodzakelijk het gevolg van een lagere beloning voor exact hetzelfde werk. Het is vooral het opgetelde resultaat van een volledige levensloop: minder arbeidsjaren, meer deeltijds werk, loopbaanonderbrekingen, gemiddeld lagere lonen en minder toegang tot aanvullende pensioenregelingen.
Bij jongere generaties kan deze kloof verder verkleinen, omdat steeds meer vrouwen hoger opgeleid zijn en langdurig actief blijven op de arbeidsmarkt.
Voor de huidige oudere boomagers kan het verleden echter niet met terugwerkende kracht worden veranderd. Wie dertig of veertig jaar geleden thuisbleef of deeltijds ging werken, draagt daarvan vandaag nog de financiële gevolgen.
De samenleving kan juridisch gelijk zijn geworden, terwijl het pensioen nog altijd de taakverdeling van een halve eeuw geleden weerspiegelt.
De zorg wordt nog steeds ongelijk verdeeld
Ook na hun vijftigste nemen vrouwen gemiddeld vaker informele zorgtaken op. Volgens recente Belgische cijfers verleent ongeveer 15 procent van de vrouwen minstens eenmaal per week informele zorg, tegenover ongeveer 11 procent van de mannen.
De grootste zorglast bevindt zich precies bij de jongere boomagers. Van de 55- tot 64-jarigen verleent bijna een kwart wekelijks informele zorg. Bij de 65- tot 74-jarigen gaat het om ongeveer één persoon op zes.
Deze mensen kunnen tegelijk voor verschillende generaties zorgen. Ze helpen hoogbejaarde ouders, ondersteunen volwassen kinderen, passen op kleinkinderen en verzorgen soms ook een partner met gezondheidsproblemen.
Mannen nemen vandaag meer huishoudelijke en verzorgende taken op dan hun vaders en grootvaders doorgaans deden. Toch tonen de cijfers dat vrouwen nog altijd vaker als mantelzorger optreden.
Bovendien bestaat zorg niet alleen uit koken, wassen of iemand naar het ziekenhuis brengen. Ook het maken van afspraken, het opvolgen van medicatie, het onderhouden van familiecontacten en het voortdurend beschikbaar zijn, behoren tot de zorglast.
Die taken zijn economisch moeilijk zichtbaar, maar ze beperken soms wel de beschikbare tijd voor betaald werk, ontspanning, verenigingsleven en persoonlijke ambities.
Het huishouden is veranderd, maar niet volledig
In de generatie van de ouders en grootouders van de huidige boomagers was de taakverdeling doorgaans duidelijk. De man werkte buitenshuis en bracht het inkomen binnen. De vrouw zorgde voor het huishouden, de kinderen, de maaltijden en vaak ook voor zieke of hulpbehoevende familieleden.
Vandaag is die scheiding veel minder vanzelfsprekend. De meeste koppels delen minstens een deel van de huishoudelijke taken. Veel mannen koken, doen boodschappen, poetsen of zorgen voor de kleinkinderen. Toch blijven bepaalde taken vaker bij vrouwen terechtkomen. Dat geldt niet alleen voor het eigenlijke huishoudelijke werk, maar ook voor de organisatie ervan.
Wie merkt dat het wasmiddel bijna op is? Wie onthoudt de verjaardagen? Wie maakt de doktersafspraken? Wie weet welke medicatie een ouder moet innemen? Wie houdt contact met familieleden?
Die mentale en organisatorische verantwoordelijkheid wordt soms de onzichtbare werklast genoemd. Ze is moeilijk in uren uit te drukken, maar kan wel zwaar wegen.
Na de pensionering verandert de taakverdeling soms. Mannen zijn vaker thuis en nemen meer taken op. Tegelijk kan een vrouw die haar hele leven het huishouden heeft georganiseerd, het moeilijk vinden om verantwoordelijkheden af te staan.
Emancipatie is niet alleen een kwestie van wat iemand mag doen. Ze gaat ook over wat beide partners gewend zijn te doen en wat zij van elkaar verwachten.
Hebben mannen en vrouwen dezelfde ambities?
Deze vraag is moeilijker te beantwoorden dan een vraag naar levensverwachting of pensioen. Ambitie kan immers verschillende betekenissen hebben.
Voor iemand van 58 kan ambitie betekenen dat hij of zij nog promotie wil maken. Voor iemand van 72 kan het gaan om vrijwilligerswerk, reizen, een opleiding volgen, een boek schrijven of een vereniging mee leiden.
Voor een 87-jarige kan de ambitie erin bestaan te blijven publiceren, zelfstandig te wonen of iedere dag een wandeling te maken.
Er bestaat geen eenvoudige Belgische statistiek die alle mannelijke en vrouwelijke 55-plussers dezelfde vraag stelt over hun resterende levensambities. Het zou daarom onwetenschappelijk zijn om te besluiten dat oudere mannen ambitieuzer zijn dan vrouwen, of omgekeerd.
Onderzoek bij oudere Vlamingen toont wel dat deelname aan vrijwilligerswerk, verenigingen en levenslang leren sterk samenhangt met gezondheid, opleiding, financiële mogelijkheden, mobiliteit, internetgebruik, sociale contacten en de verbondenheid met de woonomgeving.
Het geslacht speelt een rol, maar verklaart niet alles. De belangrijkste conclusie is daarom dat mannen en vrouwen niet noodzakelijk verschillende ambities hebben, maar soms wel over verschillende middelen beschikken om die ambities te verwezenlijken.
Geld, gezondheid, opleiding, mobiliteit en de vrijheid om over de eigen tijd te beschikken, bepalen mee hoe ruim iemand op latere leeftijd nog kan dromen.
Pensionering betekent niet voor iedereen hetzelfde
Voor veel mannen was het beroep gedurende tientallen jaren een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Het bepaalde hun dagritme, sociale contacten en maatschappelijke positie.
Na de pensionering kan die structuur plots verdwijnen. Sommige mannen beleven dat als een bevrijding. Anderen ervaren een verlies van betekenis of status.
Vrouwen hebben vaker verschillende rollen gecombineerd: werknemer, partner, moeder, mantelzorger, grootmoeder en organisator van het gezin. Daardoor blijft hun dagelijkse leven na de pensionering soms sterker gevuld.
Dat is echter niet noodzakelijk een voordeel. Een vrouw die na haar pensionering onmiddellijk nog meer zorg voor ouders, partner of kleinkinderen opneemt, krijgt misschien nauwelijks de kans om haar eigen plannen uit te voeren.
Voor mannen kan pensionering dan weer een kans zijn om rollen op te nemen waarvoor vroeger weinig tijd bestond. Zij worden actiever als grootvader, vrijwilliger, kok, tuinier, wandelaar of mantelzorger.
De pensionering kan de traditionele rolverdeling dus zowel bevestigen als doorbreken.
Relaties, alleen wonen en opnieuw beginnen
Vrouwen leven gemiddeld langer en hebben daardoor een grotere kans om hun partner te overleven. Onder hoogbejaarde alleenstaanden zijn vrouwen duidelijk in de meerderheid.
Alleen wonen betekent niet automatisch eenzaam zijn. Veel oudere vrouwen beschikken over een uitgebreid netwerk van familieleden, vriendinnen, buren en verenigingen. Zij zijn soms beter in staat om sociale contacten zelfstandig te onderhouden.
Mannen zijn voor hun sociale netwerk gemiddeld vaker afhankelijk van hun partner. Wanneer zij weduwnaar worden, kan een belangrijk deel van hun dagelijkse structuur en sociale leven wegvallen.
Daartegenover staat dat oudere mannen na een scheiding of het overlijden van hun partner vaker opnieuw een relatie aangaan. Dat heeft deels te maken met het feit dat er op hogere leeftijd meer alleenstaande vrouwen dan mannen zijn.
Voor vrouwen ligt dat anders. Zij hebben statistisch minder keuze uit mannelijke leeftijdgenoten. Sommigen kiezen bovendien bewust voor hun zelfstandigheid en willen na een lange relatie niet opnieuw de zorg voor een partner opnemen.
Ook op relationeel vlak werkt de ongelijke levensverwachting dus door.
Digitale emancipatie is nog niet voltooid
Digitale vaardigheden beïnvloeden steeds sterker de zelfstandigheid van boomagers. Bankieren, overheidsadministratie, medische afspraken en communicatie verlopen in toenemende mate online.
In 2025 beschikte ongeveer 63 procent van de Belgische mannen tussen 16 en 74 jaar over minstens digitale basisvaardigheden, tegenover ongeveer 59 procent van de vrouwen. Het verschil bevindt zich vooral bij de oudere generaties. Bij jonge volwassenen scoren vrouwen op digitaal vlak gemiddeld minstens even goed als mannen.
Ook hier zien we dus eerder een erfenis van het verleden dan een onveranderlijk verschil tussen mannen en vrouwen.
Oudere mannen kwamen tijdens hun beroepsleven gemiddeld vaker met computers, machines en technische apparatuur in aanraking. Veel oudere vrouwen hadden minder toegang tot die omgeving, zeker wanneer zij lange tijd niet buitenshuis werkten.
Digitale achterstand kan op hoge leeftijd tot afhankelijkheid leiden. Wie geen online formulier kan invullen, geen bankapp gebruikt of geen digitale afspraak kan maken, moet een beroep doen op kinderen, buren of hulpverleners.
Dat beperkt de praktische zelfstandigheid, zelfs wanneer iemand lichamelijk nog goed functioneert.
Hoe anders was het leven van hun moeders en grootmoeders?
De verschillen tussen de huidige boomagers en hun ouders of grootouders zijn aanzienlijk. Belgische vrouwen kregen pas in 1948 volledig stemrecht voor de parlements- en provincieraadsverkiezingen. Zij konden dat recht voor het eerst uitoefenen bij de nationale verkiezingen van 1949.
Tot 1958 was een gehuwde vrouw juridisch niet volledig handelingsbekwaam. De hervorming van het huwelijksvermogensrecht in 1976 was nodig om de financiële en juridische gelijkheid binnen het huwelijk verder te realiseren.
Dat verleden is minder ver verwijderd dan het lijkt. Veel vrouwelijke boomagers werden geboren in een periode waarin hun moeder economisch afhankelijk was van haar echtgenoot. Een aantal van de oudste boomagers trouwde zelfs voordat de hervorming van 1976 van kracht werd.
Voor hun grootmoeders was betaald werk vaak een noodzaak tot aan het huwelijk, waarna van hen werd verwacht dat zij het huishouden en de kinderen verzorgden. Hogere studies waren voor meisjes minder vanzelfsprekend. Echtscheiding was maatschappelijk zwaar beladen en financiële zelfstandigheid was beperkt.
Ook mannen zaten vast in een strak rollenpatroon. Van hen werd verwacht dat zij het gezinsinkomen verdienden, gezag uitstraalden en weinig kwetsbaarheid toonden. Zorg voor kinderen, huishoudelijk werk en emotionele ondersteuning werden niet als hun hoofdtaak beschouwd.
Een man die zijn werk verloor of na zijn pensionering geen duidelijke rol meer vond, beschikte vaak over weinig alternatieve bronnen van identiteit.
De huidige generatie leeft veel vrijer. Vrouwen kunnen studeren, werken, een eigen inkomen verwerven, een onderneming beginnen, alleen wonen of een relatie beëindigen. Mannen kunnen een actieve vader- en grootvaderrol opnemen en hoeven niet uitsluitend hun beroep als maatstaf voor maatschappelijk succes te gebruiken.
Die vooruitgang is reëel en groot. Toch draagt de huidige generatie nog altijd de sporen van vroegere verwachtingen mee.
Gelijkheid op papier en gelijkheid in het leven
Voor de wet zijn mannen en vrouwen in België gelijk. Onderwijs, werk, eigendom, politieke deelname en financiële zelfstandigheid zijn niet langer formeel aan één geslacht voorbehouden.
Ook in het dagelijkse leven zijn de verschillen veel kleiner geworden. Vrouwen nemen massaal deel aan de arbeidsmarkt. Mannen verrichten meer huishoudelijk werk en nemen vaker zorgtaken op. Koppels overleggen meer dan vroeger over geld, werk, kinderen en vrije tijd.
Maar gelijke rechten leiden niet automatisch tot gelijke resultaten. Vrouwelijke boomagers hebben gemiddeld een lager pensioen, werken vaker deeltijds en verlenen vaker informele zorg. Zij leven langer, maar brengen daardoor gemiddeld ook meer jaren door met gezondheidsbeperkingen en hebben een grotere kans om op hoge leeftijd alleen te wonen.
Mannelijke boomagers ontvangen gemiddeld een hoger pensioen en hebben vaker een volledige arbeidsloopbaan achter de rug. Daartegenover staat een bijna vier jaar kortere levensverwachting. Hoe hoger de leeftijd, hoe kleiner hun aanwezigheid binnen hun eigen generatie wordt.
Mannen en vrouwen ondervinden dus niet dezelfde nadelen. De ene groep is niet op ieder terrein bevoordeeld en de andere niet op ieder terrein benadeeld.
De samenleving is sterk geëmancipeerd, maar de emancipatie is nog niet voltooid. Vooral de financiële en sociale gevolgen van vroegere rolpatronen blijven tientallen jaren doorwerken.
Stefaan maakt de balans op
Tot zover de bijdrage van Aurélie Ik moet toegeven dat ze haar opdracht behoorlijk ernstig heeft genomen.
Misschien zelfs iets te ernstig. Haar bijdrage is degelijk opgebouwd, de redenering zit goed in elkaar en er staan heel wat interessante gegevens in. Dat verdient lof. Zij heeft geprobeerd om noch de mannen, noch de vrouwen als winnaars of verliezers voor te stellen. Ook dat lijkt mij verstandig.
Het resultaat is misschien ietwat langdradig, droog, klinisch en soms (pseudo?)wetenschappelijk geschreven. Maar dat was natuurlijk precies wat ik haar had gevraagd. Het zou nogal flauw zijn haar eerst te bevelen zakelijk en objectief te schrijven, om vervolgens te klagen dat haar tekst niet uitbundig genoeg door de bochten scheurt.
Ik mis hier en daar misschien een glimlach, een kleine ontsporing of een menselijke zijsprong. Aurélie heeft nu eenmaal geen jeugdherinneringen, geen schoonmoeder, geen versleten knieën en voor zover ik weet ook geen pensioenfiche. Zij kan de cijfers bekijken, maar ze heeft ze zelf nooit moeten ondergaan.
Toch blijft vooral één zaak hangen. Mannen en vrouwen zijn vandaag voor de wet gelijk, maar ze zijn niet noodzakelijk met dezelfde bagage aan hun oude dag begonnen.
Veel vrouwen dragen de financiële gevolgen mee van jaren waarin ze minder werkten om voor kinderen of familieleden te zorgen. Veel mannen dragen dan weer de gevolgen van een leven waarin zwaar werk, roken, drinken, stoerdoenerij en een zekere afkeer van doktersbezoeken soms als tekenen van mannelijkheid werden beschouwd.
De vrouwen leven gemiddeld langer. Dat klinkt prettig, tot je beseft dat zij daardoor ook vaker alleen achterblijven en meer jaren met beperkingen kunnen doorbrengen.
De mannen hebben gemiddeld een hoger pensioen. Dat klinkt eveneens prettig, tot je bedenkt dat een flink deel van hen minder lang de tijd krijgt om het uit te geven.
Op hoge leeftijd wordt het verschil bijna zichtbaar zonder dat er nog een statistiek aan te pas hoeft te komen. Wie een woonzorgcentrum, seniorenvereniging of feest voor honderdjarigen bezoekt, merkt al snel dat de vrouwen er meestal in de meerderheid zijn.
Misschien is dat wel de meest directe samenvatting van het hele onderzoek: mannen en vrouwen beginnen hun leven ongeveer in gelijke aantallen, maar aan de uiterste grens blijven vooral vrouwen over.
Ik permitteer mij intussen wel een bijzondere luxe. Ik heb de cijfers die Aurélie aanhaalt zelf niet één voor één gecontroleerd, laat staan dubbel gecontroleerd. Objectief gezien is dat natuurlijk een ernstige fout. Iedereen die cijfers publiceert, hoort de bronnen na te kijken, vergelijkingen te controleren en zich ervan te vergewissen dat jaartallen, percentages en definities correct zijn.
Dat is de theorie. In de praktijk maak ik mij er deze keer gemakkelijk van af. Ik vertrouw erop dat Aurélie haar digitale huiswerk behoorlijk heeft gemaakt. Of misschien besluit ik gewoon dat ik, net als een groot deel van de moderne mediawereld, liever snel publiceer dan langdurig controleer.
We leven tenslotte in een snelklaarmaatschappij. Nieuws wordt opgediend voordat het volledig gaar is, cijfers worden van elkaar overgenomen en een bron wordt soms als betrouwbaar beschouwd zodra ze vaak genoeg is herhaald.
Dat is waarschijnlijk eerder regel dan uitzondering geworden. Ik geef dat tenminste eerlijk toe.
Laat dit dus geen voorbeeld zijn van hoe het journalistiek hoort, maar misschien wel een vrij nauwkeurige illustratie van hoe het tegenwoordig dikwijls gebeurt.
Aurélie krijgt van mij niettemin een goed rapport. Haar tekst is misschien niet bijzonder warmbloedig, maar hij bevat heel wat stof tot nadenken. Zij maakt duidelijk dat emancipatie geen eenvoudig eindpunt is waarop plots iedereen gelijk staat.
We hebben een lange weg afgelegd sinds de tijd waarin een gehuwde vrouw juridisch en financieel afhankelijk was van haar man en waarin een man geacht werd het gezin te onderhouden zonder ooit te tonen dat hij het moeilijk had.
Vandaag zijn de mogelijkheden veel ruimer. De oude rolverdeling is niet verdwenen, maar ze is wel losser geworden. Mannen mogen zorgzaam zijn. Vrouwen mogen ambitieus zijn. Mannen mogen twijfelen. Vrouwen mogen financieel onafhankelijk zijn. En wie 87 is, mag nog altijd artikelen schrijven zonder dat een of andere kunstmatige intelligentie hem wegens zijn leeftijd uit de doelgroep verwijdert.
Zijn vrouwelijke en mannelijke boomagers dan werkelijk gelijk? Niet helemaal. Maar ze zijn waarschijnlijk gelijker dan ooit tevoren.
En wanneer beide partijen bereid blijven om niet alleen hun rechten, maar ook hun lasten eerlijker te verdelen, is er zelfs voor de volgende generatie oudere mannen en vrouwen nog enige vooruitgang mogelijk.
Aurélie krijgt dus lof, een ruime voldoende en voorlopig geen aanvullende opdracht. Al weet zij intussen waarschijnlijk net zo goed als ik dat dit laatste niet lang zal duren.

U aangeboden door boomager.be in samenwerking met Aurélie
















