9 Juli 1934: vormsel Adhemar

Vandaag ontvangt Adhemar het Heilig Vormsel uit handen van Mgr Honeré Coppieters.

“Ja, vandaag ontvangt Adhemar het Heilig Vormsel uit handen van Mgr Honeré Coppieters, de bisschop van Gent. Dat doet me terug denken aan mijn kindertijd. Honeré en ik woonden in het zelfde dorp, ja je moet weten dat mijn levensverhaal begon op 23 december 1876 in het rustige dorpje Lede. Mijn vroege jaren werden gekenmerkt door een warme en zorgzame familieomgeving. Ons leven veranderde op 2 juli 1880, toen mijn vader werd benoemd tot koster in Overmere. Daar leerde ik als kleuter Honoré Coppieters kennen, die toen zes jaar oud was. We beleefden er een deel van onze kindertijd, totdat mijn familie in 1883 naar Wetteren verhuisde.

Op 19 november 1883 werd mijn vader koster in Wetteren en vestigde ons gezin zich in een huis aan de Zandstraat 41. Wetteren werd onze nieuwe thuis, en het was daar dat ik mijn jeugd doorbracht, omgeven door de invloed van mijn vaders toewijding aan de kerk en de gemeenschap.

Mijn harde werk en toewijding werden beloond op 14 juli 1896, toen ik mijn diploma als koster behaalde. Dit was een belangrijke mijlpaal in mijn leven, een bevestiging van mijn inzet en vastberadenheid. Echter, op 19 december 1898 werd ik geconfronteerd met een teleurstelling toen ik werd geweigerd bij de Burgerwacht vanwege een ernstig misvormde linkervoet. Ondanks deze beperking, die mij echter nooit echt hinderde en onopvallend bleef, bleef ik vastbesloten om mijn leven zinvol en betekenisvol te maken.

Mijn doorzettingsvermogen leidde tot een nieuwe prestatie op 3 september 1903, toen ik een bijkomend diploma behaalde als koster-orgelist. Mijn inspanningen en creatieve talenten werden verder erkend in juli 1904, toen ik het koninklijk verguld eeremetaal ontving voor mijn uitstekende resultaten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Dendermonde. Deze eerbetoning was een grote bron van trots en bevestigde mijn toewijding aan mijn ambacht. Ik mag zeggen dat ik ook een niet onverdienstelijk amateur kunstschilder ben.

In februari 1909 richtte ik de christelijke mutualiteit De Eendracht op, die een onderkomen vond in het Werkmanshuis te Wetteren. Dit ziekenfonds bood essentiële steun aan vele gezinnen in nood en versterkte mijn band met de lokale gemeenschap. Het jaar daarop, in 1910, begon ik les te geven aan de Tekenacademie in Wetteren, geïnspireerd door het voorbeeld van mijn vader. Dit stelde mij in staat mijn kennis en passie voor kunst en cultuur door te geven aan de volgende generatie.

Op 5 maart 1911 volgde ik mijn vader op als koster van de Sint-Gertrudiskerk in Wetteren. Deze nieuwe rol bracht nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee, maar ook de voldoening om in de voetsporen van mijn vader te treden.

Mijn persoonlijke leven nam een nieuwe wending op 4 november 1915, toen ik in Melle trouwde met Julienne Minne. Wij huwden in het stelsel van “Scheiding van Goederen”, deels gebaseerd op zakelijke overwegingen. Ik had Julienne leren kennen via een gemeenschappelijke vriend, wisselagent Jules Dossche, die op 18 oktober 1905 getrouwd was met Jeanne Minne, de zuster van Julienne.

Na de tumultueuze jaren van de Eerste Wereldoorlog besloot ik mijn loopbaan een andere richting uit te sturen. Op 6 juli 1919 gaf ik mijn kosterschap op en begon ik een carrière als wisselagent, zeg maar bankier. De naoorlogse periode kende een felle economische opbloei, vooral in de financiële sector.

Op 24 november 1922 werden Julienne en ik gezegend met de geboorte van onze zoon Adhemar-Jean-Joseph-Julien-Thierry. Hij werd vernoemd naar mijn broer Adhemar, die arts was geweest en vroegtijdig was overleden. Adhemar werd echter een zorgenkind; hij lijdt aan een glaucoom, een oogziekte waarvoor hij door een Brusselse arts werd behandeld. Toen hij zeven jaar oud was, kreeg hij privélessen thuis vanwege oa zijn gezondheid, wat zijn sociale interacties met leeftijdgenoten beperkte.

Op 30 maart 1928 richtte ik als initiatiefnemer, samen met anderen de Kongolese maatschappij “Société de Plantation et d’Exploitation de l’Elaeis au Kasai”, kortweg “Plantexel”, op. Het doel was de aanleg en exploitatie van plantages voor palmolie en koffie, aangevuld met de handel in Afrikaanse en Europese producten. Koloniale aandelen waren destijds een rage, wat gunstig was voor mijn bank. Maar de financiële euforie die de jaren daarvoor had geheerst, sloeg om in economische rampspoed met de Grote Depressie.

Tot het einde van 1929, begin 1930, leefde zowat iedereen in volle financiële euforie, zonder besef van de naderende catastrofe die zich op de beruchte “zwarte vrijdag” van 24 oktober 1929 in New York zou voltrekken. België werd vanaf 1931 meegesleurd in deze neerwaartse spiraal, en ook Plantexel werd, net als vele andere bedrijven, een slachtoffer van oa de internationale malaise die volgde.

Mijn levensverhaal is er een van doorzettingsvermogen, veerkracht en toewijding aan mijn familie en gemeenschap. Van mijn vroege jaren in Lede tot de uitdagingen van de Grote Depressie, elke stap heeft bijgedragen aan het bouwen van een leven gewijd aan dienstbaarheid, groei en de onwrikbare band met mijn dierbaren.

Genoeg gemijmerd … ik heb nu wel andere zorgen …

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Pasta “Tagliata di Manzo”

Ingrediënten (4 personen) Voor de pasta 400 g linguine of spaghetti 2 entrecotes of kogelbiefstukken (± 250 g per stuk, op kamertemperatuur) 100 g rucola 100 g zongedroogde tomaten...

Piratenmysteries

spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...