Er was een tijd waarin een warme zomerdag gewoon een warme zomerdag was. Mensen zochten een plekje in de schaduw, dronken wat meer water dan anders en klaagden misschien een beetje over de hitte. Tegen de avond zat iedereen op een terras of in de tuin en was het onderwerp alweer vergeten.
Vandaag lijkt dat anders te werken.
Wanneer de temperatuur eind juni richting dertig graden of zelf erboven klimt, krijg je soms de indruk dat Vlaanderen zich voorbereidt op een naderende natuurramp. Krantenkoppen waarschuwen voor extreme omstandigheden, nieuwsuitzendingen schakelen over naar speciale hitteberichten en sociale media vullen zich met berichten van mensen die verklaren dat ze letterlijk aan het smelten zijn. Dat laatste gebeurt opvallend vaak terwijl ze onder een parasol zitten met een gekoeld drankje binnen handbereik.
Begrijp me niet verkeerd. Hitte kan gevaarlijk zijn, zeker voor kwetsbare mensen. Het is goed dat daar aandacht voor bestaat. Toch vraag ik me soms af hoe onze ouders dit allemaal hebben aangepakt zonder apps, kleurcodes, waarschuwingsberichten en hitteplannen.
Mijn moeder had daar destijds een verrassend eenvoudig systeem voor. “Drink wat water.” Dat was het volledige crisisbeheer. Opmerkelijk genoeg heeft een groot deel van de bevolking die aanpak zonder blijvende schade overleefd.
Hetzelfde mechanisme zie je tegenwoordig bij heel wat onderwerpen die in de media verschijnen. Een probleem wordt aangekondigd, vervolgens uitgebreid besproken, daarna geanalyseerd, becommentarieerd en gedeeld, waarna het uiteindelijk zo groot lijkt te worden dat je haast zou vergeten hoe klein het oorspronkelijke nieuwsfeit eigenlijk was.
Neem nu de recente discussie over het vervoer in het bijzonder onderwijs. Voor veel ouders is dat een belangrijk onderwerp, en terecht. Wanneer je kind afhankelijk is van aangepast vervoer, wil je zekerheid. Je wil weten dat het systeem werkt en dat noodzakelijke ondersteuning behouden blijft.
Maar soms lijkt het alsof het publieke debat tegenwoordig nog maar twee standen kent: complete euforie of totale rampspoed. Nog voor alle cijfers bekend zijn, nog voor iedereen exact weet welke maatregelen wel of niet zullen worden uitgevoerd, verschijnen al de eerste doemscenario’s. Wie enkel de meest dramatische berichten leest, zou bijna denken dat morgen alle schoolbussen verdwijnen en dat kinderen voortaan met een rugzak, een kompas en een voorraad noodrantsoenen naar school zullen moeten trekken.
De werkelijkheid blijkt achteraf meestal iets genuanceerder. Nuance heeft alleen een groot nadeel. Ze verkoopt slecht.
Een krantenkop die meldt dat een situatie complex is en verder onderzoek vraagt, haalt zelden veel aandacht. Een kop waarin woorden als “crisis”, “chaos”, “alarm” of “dramatische gevolgen” voorkomen, doet het doorgaans een stuk beter. Dat is niet nieuw. Sensatie verkoopt al zolang er mensen bestaan. Alleen hebben we vandaag veel meer kanalen om die sensatie te verspreiden.
Ook tijdens het huidige WK voetbal zie je dat fenomeen voortdurend terugkeren. Wanneer een speler tijdens een training even naar zijn kuit grijpt of enkele minuten vroeger naar de kleedkamer wandelt, duurt het vaak niet lang voor de eerste analyses verschijnen. Sportjournalisten speculeren over mogelijke blessures, oud-internationals geven hun deskundige mening en op sociale media weten duizenden supporters al precies welke gevolgen dit zal hebben voor de rest van het toernooi. En het wordt zelfs een item in het journaal, véél belangrijker dan een ramp ergens ter wereld met een aantal slachtoffers waar geen beelden van bestaan.
Twee dagen later staat diezelfde speler gewoon negentig minuten op het veld, scoort misschien zelfs een doelpunt en blijkt er uiteindelijk niets aan de hand te zijn geweest. Maar tegen dan is de storm alweer verder getrokken naar het volgende onderwerp.
Ook sociale media hebben die dynamiek nog versterkt. Wat vroeger een sterk verhaal aan de toog was, kan vandaag binnen enkele uren duizenden mensen bereiken. Dat heeft ongetwijfeld voordelen. Informatie verspreidt zich sneller dan ooit en mensen kunnen gemakkelijker met elkaar communiceren. Tegelijk ontstaat daardoor soms een merkwaardige kettingreactie waarbij een klein voorval uitgroeit tot iets dat bijna mythische proporties aanneemt.
Iemand meldt dat hij twee motten in de woonkamer heeft gezien. Een kwartier later wordt er gesproken over een invasie. Een uur later duikt er een theorie op over klimaatverandering. Tegen de avond vraagt iemand of de overheid al maatregelen heeft genomen.
Wie ooit een Facebook-discussie heeft gevolgd, weet dat dit minder overdreven is dan het misschien klinkt.
Wat ik daarbij altijd bijzonder amusant vind, is dat wij boomagers graag lachen met jongeren die voortdurend op TikTok zitten. We schudden soms meewarig het hoofd wanneer een filmpje van twintig seconden miljoenen keren wordt bekeken. Ondertussen delen sommigen onder ons zonder verpinken berichten met titels als “Dit mag je absoluut niet missen”, “Lees dit voordat het verwijderd wordt” of “De media zwijgen hierover”. Laten we eerlijk zijn: sensatie is geen generatieprobleem. Het is een algemeen probleem. Ook wij boomagers zijn nieuwsgierig. Ook wij klikken op een spectaculaire titel. Ook wij voelen soms de onweerstaanbare drang om een opvallend bericht door te sturen naar vrienden of familie.
Metten de hand in eigen boezem steken, ik betrap mezelf er trouwens ook geregeld op.
Je leest een alarmerende kop. Je denkt dat er iets ernstigs aan de hand is. Je klikt. Je leest het artikel. Halverwege begin je te vermoeden dat de titel eigenlijk spannender was dan de inhoud. Tegen het einde vraag je je af waarom je er überhaupt op hebt geklikt. En toch doe je het later gegarandeerd opnieuw. Dat maakt ons menselijk.
Misschien schuilt daarin ook een belangrijke les voor boomagers. Naarmate je ouder wordt, verzamel je niet alleen jaren, maar ook perspectief. Je hebt al economische crisissen meegemaakt, politieke crisissen, gezondheidscrisissen en allerlei andere crisissen die volgens sommigen het einde van de beschaving zouden inluiden.
Opvallend veel van die aangekondigde rampen zijn intussen gewoon geschiedenis geworden. Niet omdat problemen niet bestaan. Niet omdat alles vanzelf goed komt. Wel omdat de werkelijkheid meestal een stuk ingewikkelder én vaak minder dramatisch is dan de eerste berichten doen vermoeden.
Misschien moeten we daarom af en toe bewust een stap achteruit zetten. Even wachten. Even luisteren. Even nagaan of een onderwerp werkelijk zo groot is als het wordt voorgesteld. Want wie lang genoeg leeft, ontdekt dat veel stormen uiteindelijk gewoon voorbij waaien.
Sommige laten inderdaad schade achter. Andere blijken achteraf niet veel meer te zijn geweest dan een stevige windstoot die toevallig op een rustige nieuwsdag passeerde. En heel af en toe ontdek je dat de vermeende orkaan waar iedereen zich druk over maakte eigenlijk niets anders was dan een storm in een borrelglaasje water.
En nu even ernstig
Nieuwsmedia vervullen een belangrijke taak. Ze informeren ons over maatschappelijke ontwikkelingen, brengen problemen aan het licht en helpen het publieke debat vorm te geven. Ook sociale media hebben hun waarde bewezen doordat ze mensen met elkaar verbinden en informatie toegankelijk maken.
Toch loont het de moeite om kritisch te blijven. Zowel klassieke als sociale media worden steeds meer gestuurd door aandacht. Berichten die emoties oproepen, worden vaker aangeklikt, gedeeld en besproken dan berichten die vooral nuance brengen.
Voor boomagers ligt daar misschien een bijzondere verantwoordelijkheid. Dankzij onze levenservaring hebben we geleerd dat niet elke verandering een ramp is en niet elk probleem een crisis. We weten dat de waarheid vaak ergens tussen de uitersten ligt.
Dat betekent niet dat we bezorgdheden moeten wegwuiven of problemen moeten minimaliseren. Wel dat we proberen het hoofd koel te houden, verschillende bronnen te raadplegen en feiten te onderscheiden van emoties.
Want wie bij elk incident alarm slaat, loopt het risico dat niemand nog luistert wanneer er écht iets belangrijks gebeurt.
En in een tijd waarin iedereen steeds luider roept, is gezond verstand misschien wel de meest onderschatte superkracht van allemaal.

















