Zoals u elders op het scherm wel gelezen zult hebben, verschijnt er volgende week eens geen ‘Boomager’, voor een keer maar, wees gerust. Er wordt ons, de nu wel talrijker wordende medewerkers, een korte rustperiode gegund, maar wie veel schrijft is daar niet altijd gelukkig mee. Herbeginnen is vaak lastiger dan doorwerken, ook al omdat je in zo’n geval gaat twijfelen, meer nog dan wanneer je elke dag voor de laptop zit. Waarbij de lezer moet weten dat twijfelen bijna eigen aan schrijven is. Sinds een tijdje al verschijnt daarover, over dat twijfelen dan, een rubriek in ‘Knack’, over het algemeen onder de naam van een van de beste reporters die aan dat knappe blad meewerkt. En in die bijdragen komen auteurs het meest aan bod, wat mij heus niet verwondert.
Heel mijn leven lang heb ik haast bestendig achter de schrijfmachine en daarna voor de computer gezeten, om bijna dagelijks een of andere tekst te produceren, lange tijd als journalist over de koers en nu, sinds enkele jaren, om romans op de boekenmarkt en dus onder de lezers te krijgen. Vooral bij die laatste activiteit stelde ik dra vast dat ik daar elke dag werk moest van maken, omdat anders de twijfel over de kwaliteit, over de juiste aanpak of het gebruik van bepaalde woorden, de bovenhand zou nemen en mij zodanig zou afremmen dat ik er finaal ‘basta en gedaan er mee’ zou over zeggen.
Wie nooit verhalen heeft geschreven, weet niet wat zoiets allemaal met een mens doet. Om te beginnen ben je er ongeveer dag en nacht mee bezig, met dien verstande wel dat het niet constant is en ook niet obsederend werkt. Neen, over het algemeen beleef je er vrolijke momenten mee, als plots een of ander idee of zelfs een leuk zinnetje door het hersenen zweeft. Die worden bij een volgende tikbeurt niet altijd gebruikt, vermits je er al eens eentje vergeet, vooral als zo’n inspiratie je ook ’s nachts half en half wakker maakt. Dat leven met herhaaldelijk mijmeren over wat verder in je verhaal opgenomen moet worden, maakt het voor mij mogelijk elke dag weer zo’n kleine twee uur aan een of ander boek te werken. Over het algemeen gaat het uittikken ervan redelijk vlotjes, zodanig dat je de indruk krijgt iets zo goed als perfect geproduceerd te hebben. Tot je dan die teksten, vaak aan zo’n opwindend tempo geschreven, nog eens gaat nalezen en merkt dat het er allemaal niet zo perfect uitziet, niet omdat er links en rechts toch wat tikfouten inzitten, wel omdat niet alles uit het verhaal keurig aan mekaar hangt, ook woorden herhaald zijn daar waar dat amper past en er in bepaalde zinnen niet het gewenste ritme steekt.
En dan ga je twijfelen, zodanig dat je zelfs hele passages herwerkt en dat later nog eens doet om finaal bijna in… de oorspronkelijke versie terug te vallen, om dan toch nog altijd te twijfelen, niet alleen over het pas afgeronde werk, maar somsnook over de vraag of je wel bekwaam bent je in zo’n avontuur te storten en te blijven en je er dus niet beter zou aan doen er cito presto mee te stoppen.
Tot dan het boek verschijnt, bij mij met dank aan Stefaan, mijn toegewijde vriend en uitgever, en het soms meer dan goed ontvangen wordt, niet enkel door hem, maar ook door de wel niet al te talrijke lezers.
Maar ja, dan ben je al een tijdje bezig aan een volgende opdracht, die je aan jezelf geeft en dus ook bezig met… twijfelen of het echt nog de moeite loont om verder te doen.
















