Vorige zondag was de Tour gedaan, nu is daar ongeveer alles over geschreven. Over winnaars en verliezers, over spurten en beklimmingen, over spanning en weinig verveling op de weg. Maar er is toch nog wat…
Eén detail werd immers, zoals dat al altijd het geval was, niet besproken: het leven en het presteren van ongeveer de helft van de deelnemers, van wie de naam van velen onder hen zelfs nooit vermeld geraakte. Of misschien toch wel eens, heel even dan en als ze in het begin van een etappe de neus aan het venster staken, voor een keer en zonder het verdere verloop te bepalen.
En toch, toch hebben die zo goed als anonieme deelnemers eveneens hun taken gekregen en vervuld dus ook hun inspanningen gedaan, inspanningen die hen zelfs en af en toe eens op of over de grens van hun fysiek vermogen bracht.
Het leverde soms een complimentje van de kopman op, soms zeg ik, want een behoorlijk aantal van die kampioenen vindt dat allemaal maar normaal, zodat ze alleen nog maar waardering kunnen zoeken in de som die ze achteraf ontvangen als de gewonnen prijzen verdeeld worden. Wat in bepaalde ploegen best kan meevallen en in andere de coureurs de vraag doet stellen of dat allemaal wel de moeite waard geweest was, moeite die hen geen stapje verder wegleidde van de anonimiteit, waarmee ze in het avontuur gestapt waren. En nu over het hoofd gezien wordt dat die jongens bij manier van spreken… een volle rit meer gereden hebben dan de mannen die de beste plaatsen in de eindrangschikking innamen.
Een kijkje in de eindstand zal dat bevestigen.
We beginnen ermee onderaan. Van plaats 144 (de Belgische Jenthe Bierman) tot en met nummer 158 (de Nederlander Cees Bos die als laatste finishte) deden die mannen er meer dan zes uur over, vergeleken met de tijd het nummer een, zes uur zijnde de tijd die aan een volwaardige, ja lange etappe wordt besteed. Gaan we naar de iets hogergeplaatste ‘aankomers’, zijnde de mannen die op de 98ste (Nicolas Vinokourov, Kazakstan) tot de 143ste (Pascal Eenkhoorn, Nederland) plaats de Champs-Elusées bereikten, dan blijkt dat die daar meer dan vijf uur voor nodig hadden, tijd waarin eveneens een of andere volwaardige wedstrijd afgewerkt wordt.
En als we er dan ook nog de jongens bij nemen die de karwei afhandelden tussen plek 77 (Jonas Abrahamsen, Noorwegen) en plek 97 (Magnus Cort Nielsen, Denemarken) en op meer dan 4u30 de Franse hoofdstad bereikten, dan komt men tot een totaal van 71 deelnemers die een koersdag meer nodig hadden om de opdracht te vervullen.
Waarbij ik nu vaststel dat de mannen die ik hierbij met naam vermeld toch wel van enige bekendheid genieten, maar wie van de lezers zich de moeite wil getroosten de hele lijst af te lopen, zal er namen in vinden van mannen van wie niemand beseft dat die coureur zijn en dat waarschijnlijk nooit zal weten of ze dat ook nog voor een tijdje zullen blijven.
Ik herinner mij nu dat er in een ver verleden toch even moeite werd gedaan om tenminste een paar van die jongens in de belangstelling te loodsen. Bedacht werd dat de man, die na elke rit op de laatste plaats in de stand stond, een rode lantaarn overhandigd zou krijgen. Dat viel best in de smaak van die paar jongens, die alleen zo enige bekendheid konden verwerven en daarvoor wel wat over hadden. Bijvoorbeeld: zich tijdens de koers ergens en voor even… wegstoppen, om zo voldoende tijd te verspelen en op de laatste plaat van de rangschikking te belanden.
Ik meen mij zelfs te herinneren dat in een bepaald jaar een Belg in dat spelletje betrokken werd en ook vader werd van een zoon die nu met een zeker welslagen meefietst. Ik ben niet zeker van zijn naam, dus vermeld ik die beter niet, wat ik mij wel nog herinner is dat de toenmalige en uiterst strenge Tourbaas, Félix Lévitan, dat allemaal zijn Tour onwaardig vond en die rode lantaarn gewoon en voor de verder toekomst afschafte. En zelfs bedacht na een aantal etappes de man die dan op de laatste plaats stond, naar huis te sturen.
















