Er bestaat een merkwaardig misverstand over het leven, namelijk dat we voortdurend ergens mee bezig moeten zijn. Liefst nuttig, uiteraard. Een mens die zomaar wat uit het raam zit te kijken, wekt al snel de indruk dat er iets mis met hem is, want heeft hij geen hobby, geen project, geen kleinkind dat moet worden opgehaald, geen zolder die dringend opgeruimd moet worden of geen tienduizend stappen die tegen middernacht op een schermpje moeten staan?
Het begint overigens vroeg. Eerst moeten we naar de crèche, hoewel we daar zelf doorgaans weinig inspraak in hebben, vervolgens naar de kleuterklas, de lagere school en de middelbare school, waar ons jarenlang wordt verteld dat we goed moeten opletten omdat het allemaal belangrijk is voor later.
Dat later blijkt vervolgens tamelijk snel te arriveren. Er moeten studies gekozen worden, examens afgelegd, jobs gevonden, relaties onderhouden, huizen gekocht of gehuurd, leningen afbetaald, kinderen grootgebracht en auto’s naar de keuring gebracht worden.
Voor je het weet ben je zestig(plus) en sta je op een zaterdagmiddag in een doe-het-zelfzaak ernstig naar een rek schroeven te kijken terwijl je je afvraagt of je nu eigenlijk voor pluggen, schroeven of een compleet andere klus gekomen was. Hoe het zover is kunnen komen, weet niemand precies, maar blijkbaar zijn we onderweg allemaal ongemerkt behoorlijk bedreven geraakt in bezig zijn.
En ook daarna stopt het niet. Op zestig ligt er nog van alles te wachten, op zeventig trouwens ook, en met een beetje geluk blijkt zelfs op tachtig de agenda koppig te weigeren zichzelf leeg te maken.
Er zijn reizen die nog gemaakt moeten worden, boeken die gelezen willen worden, vrienden die eindelijk nog eens bezocht moeten worden, kamers die een nieuwe kleur verdienen en foto’s die al vijftien jaar in een digitale map staan met de veelbelovende naam ‘nog te sorteren’. Daar tussendoor zijn er familiefeesten, afspraken, verenigingen, uitstappen en een indrukwekkend aantal kleine praktische zaken waarvan niemand precies weet wie ze heeft uitgevonden.
Dat bedoel ik overigens niet als kritiek. Bezig blijven is heerlijk en nieuwsgierig blijven misschien nog meer, want er zijn weinig dingen zo triest als iemand die op een bepaalde leeftijd besluit dat alles achter hem ligt en vervolgens twintig jaar naar dezelfde televisieprogramma’s kijkt.
Maar tussen leven en bezig zijn bestaat toch een verschil. Heel soms mag een mens zichzelf toestaan om stop te zeggen, zonder dat daar meteen een plan, een cursus of een nieuwe levensfase aan gekoppeld moet worden.
Soms gebeurt dat omdat het leven zelf bruusk op de rem duwt. Je voelt je niet goed, een relatie begint te kraken, een afscheid komt harder aan dan je verwacht had of iemand van wie je dacht dat hij er nog lang zou zijn, valt plots weg.
Op zulke momenten blijkt die zorgvuldig gevulde agenda ineens verbazend dun papier te zijn. De afspraak kan wachten, de tuin ook, en zelfs die zogenaamd dringende e-mail blijkt plots helemaal niet zo dringend.
Maar er hoeft gelukkig geen ramp te gebeuren voor we onszelf toestemming mogen geven om even uit de mallemolen te stappen. Soms ben je gewoon moe van het voortdurend moeten, van plannen, van verwachtingen en zelfs van je eigen goede voornemens, wat bijzonder lastig is omdat je dan moeilijk iemand anders de schuld kunt geven.
Dan verschijnt tegenwoordig al snel het woord ‘me-time’, en daar heb ik een wat moeilijke verhouding mee. Niet met tijd voor jezelf, uiteraard, maar met de georganiseerde variant ervan waarbij ontspannen alweer iets wordt wat je correct hoort uit te voeren.
Je moet genieten, mindful zijn, een wandeling maken, diep ademhalen en liefst ook nog iets opsteken over jezelf. Voor je het weet zit je tijdens je ontspanning te controleren of je wel voldoende ontspannen bent, en dat lijkt me toch een vrij omslachtige manier om tot rust te komen.
Daarom pleit ik voor iets veel eenvoudigers: tijd waarin helemaal niets hoeft te gebeuren. Geen zelfverbetering, geen project en geen prestatie, maar gewoon een stoel, een raam, een tas koffie en desnoods een kwartier waarin de wereld zichzelf maar even moet zien te redden.
Dat blijkt nog behoorlijk moeilijk te zijn. Zodra het stil wordt, komen er gedachten binnen waarvoor we tijdens het dagelijkse verkeer weinig parkeerplaats hebben.
Ben ik eigenlijk graag bezig met wat ik doe? Zijn de mensen met wie ik mijn tijd doorbreng ook de mensen met wie ik mijn tijd wil doorbrengen, en welke dingen doe ik omdat ik ze werkelijk graag doe in plaats van omdat ik ooit besloten heb dat ze nu eenmaal bij mijn leven horen?
Misschien is dat op zestig, zeventig of tachtig wel een interessantere vraag dan opnieuw een lijstje maken met alles wat nog moet gebeuren. Er komt immers een moment waarop een mens mag ontdekken dat er ook waarde zit in dingen die nergens toe leiden.
We zijn jarenlang opgevoed met vooruitgang. Een diploma halen, werk vinden, sparen, een huis verwerven, de kinderen kansen geven en vooral verder komen, telkens opnieuw.
Dat mechanisme blijft verrassend lang draaien. Ook later willen we fitter worden, meer reizen, interessante mensen ontmoeten, nog een taal leren, eindelijk die roman lezen, vijf kilo kwijt, de woonkamer schilderen en ondertussen liefst ook nog een beetje jong blijven.
Dat laatste alleen al kan een dagtaak zijn. Misschien hoeft het leven op een bepaald ogenblik niet voortdurend groter te worden en mag het zelfs wat kleiner worden, zonder daarom armer te worden.
Een paar mensen die ertoe doen, een tafel waaraan graag gezeten wordt, een wandeling zonder sporthorloge en een boek waarin je na twintig bladzijden merkt dat je al vijf minuten naar buiten zit te staren, kunnen soms meer betekenen dan een agenda vol activiteiten. Zulke minuten zijn niet verloren, ook al leveren ze niets op wat je achteraf kunt afvinken.
We hebben jarenlang geleerd onze tijd goed te gebruiken. Misschien moeten we op latere leeftijd ook leren dat tijd niet voortdurend gebruikt hoeft te worden en dat een beetje verspillen zelfs bijzonder aangenaam kan zijn.
Een middag waarop niets gebeurd is, hoeft dus geen mislukte middag te zijn. Een week zonder groot plan hoeft niet in allerijl gevuld te worden en een mens zonder concrete doelstelling voor volgend jaar hoeft niet onmiddellijk naar een coach.
Er schuilt misschien zelfs een zekere luxe in het kunnen zeggen dat het voor het ogenblik even nergens naartoe hoeft. Morgen zien we wel weer, want de wereld zal vermoedelijk blijven draaien en mocht ze daar tijdens onze korte afwezigheid toch mee ophouden, dan was dat waarschijnlijk een probleem dat we met onze agenda ook niet hadden kunnen oplossen.
















