HomeMENS & SAMENLEVINGGeneraties“Het is goed in eigen spiegel te kijken”

“Het is goed in eigen spiegel te kijken”

Dat zou Alice Nahon (*) vandaag wellicht geschreven hebben, mocht ze nog leven. Al vermoed ik dat ze eerst drie keer zou moeten vegen over die spiegel omdat er tandpastaspatten, kalkvlekken en ergens linksboven een mysterieuze bruine streep op zitten waarvan niemand in huis verantwoordelijkheid wil opnemen.

Maar goed. De boodschap blijft overeind.

Kijk eens naar jezelf. Naar de mens. Naar ons.
Naar die zonderlinge diersoort die tegelijk Bach, frieten, kernwapens, cappuccino’s met havermelk, de relativiteitstheorie én TikTokdansjes heeft voortgebracht.

En vooral: kijk eens naar ons boomagers.

Wij zijn een fascinerende generatie. Echt waar. Archeologen van de toekomst gaan zich krom lachen wanneer ze ooit onze resten opgraven samen met een elektrische tandenborstel, een halflege doos cholesterolremmers en een smartphone vol selfies van onszelf in allerlei compromitterende situaties die we op dat ogenblik erg grappig vonden.

Wij zijn namelijk de eerste generatie die tegelijk zonder internet heeft geleefd, de komst van internet heeft meegemaakt en eerst afgeblokt, én nu dagelijks vloekt op internet omdat “de wifi weer eens niet werkt”.

Wij hebben cassettebandjes met een potlood terug opgedraaid.
Wij hebben rookwolken in cafés overleefd waarin men zelfs een vuurtoren niet meer zou terugvinden.
Wij hebben in auto’s gezeten zonder gordel terwijl onze ouders onderweg sigaretten rookten met de ramen dicht en ons tussendoor een flesje limonade zonder dop doorgaven.

En kijk: we leven nog. Min of meer toch.

Hoewel sommigen tegenwoordig al een blessure oplopen wanneer ze verkeerd niezen.

Dat is ook typisch boomager. Wij willen blijven doen alsof we twintig zijn, maar ons lichaam heeft intussen andere contractuele afspraken gemaakt.

We kopen elektrische fietsen die sneller rijden dan de brommers van vroeger. We beginnen plots met padel. We downloaden fitnessapps. We eten chiazaad. We drinken kefir. We spreken ernstig over “intermittent fasting”. Om vervolgens om half elf ’s avonds een frikandel speciaal binnen te spelen omdat “een mens ook moet léven”.

En daar is dat zinnetje weer. “Ge moet toch genieten.”

Dat is zowat de officiële levensfilosofie van onze generatie geworden. Het wordt gebruikt om alles goed te praten.

Nog een glas wijn? Je moet toch genieten.

Een citytrip naar Barcelona terwijl ge eigenlijk een nieuwe boiler nodig hebt? Je leeft maar één keer.

Een koersfiets van zesduizend euro kopen terwijl je nog altijd moeite hebt om je schoenveters te knopen zonder steunpunt? Een mens mag toch een hobby hebben.

En eerlijk? Misschien hebben we nog gelijk ook.

Want boomagers weten iets wat jongeren nog nauwelijks beseffen: het leven is eindig. Wij hebben begrafenissen meegemaakt. Afscheid genomen van ouders. Vrienden verloren. Collega’s zien verdwijnen. Dokters gehoord die begonnen met zinnen als: “We gaan toch eens verder moeten onderzoeken…”

Vanaf een bepaalde leeftijd verdwijnt de illusie van eeuwigheid stilaan uit de kamer. En dus beginnen we harder te ‘leven’, zoals we dat dan graag noemen. Soms slimmer. Soms dommer. Soms compleet absurd.

Want laten we eerlijk zijn: de mens is geen rationeel wezen. Dat is een mythe die waarschijnlijk ontstaan is na drie glazen cognac. Wij zijn namelijk de enige diersoort die exact weet wat slecht voor haar is… en het toch blijft doen.

Alcohol bijvoorbeeld. Fantastisch verhaal eigenlijk.

Ergens duizenden jaren geleden moet een mens toevallig iets per ongeluk gegist hebben. Een drankje geproefd. Een beetje licht in het hoofd geworden. Wat beginnen zingen. Misschien spontaan beginnen dansen rond een vuur met een berenvel halfopen.

En in plaats van te zeggen: “Pas op mannen, dit spul maakt ons agressief, verslaafd, ziek en compleet onverantwoordelijk…” zei vermoedelijk iemand: “Interessant. Kunnen we dit in grotere hoeveelheden maken?”

En zo geschiedde. Mocht alcohol vandaag voor het eerst uitgevonden worden, het zou onmiddellijk verboden worden. Stel je voor, een nieuw product ontdekt dat de lever aantast, massaal hersencellen vernietigt, tig verkeersdoden veroorzaakt, gezinnen kapotmaakt, agressie opwekt, verslaving veroorzaakt en mensen karaoke laat zingen op campingterreinen.

Europa zou direct vijftien waarschuwingslabels eisen en drie parlementaire onderzoekscommissies oprichten.

Maar omdat alcohol oud genoeg is, heet het plots cultuur. Een glas wijn bij het eten. Een trappist op café. Een digestiefje. Een aperootje. Een slaapmutsje. Een pousse-café. Wij hebben voor alcohol meer koosnaampjes dan voor onze eigen familieleden.

En natuurlijk: voor velen blijft het gezelligheid. Warmte. Samenzijn. Vriendschap. Herinneringen. Maar boomagers weten ook hoe dun de grens soms is. Hoe “eentje kan geen kwaad” langzaam kan veranderen in iets dat een mens meesleurt als een hardnekkige modderstroom.

Alleen praten wij daar liever niet te zwaar over. Want zodra iemand op een receptie begint over leverfalen, sterftecijfers of maatschappelijke schade, wordt het plots heel stil aan de tafel met de kaasblokjes.

De mens kijkt liever weg van ongemakkelijke waarheden. Zeker wanneer er bitterballen aanwezig zijn.

Wij weten dat fastfood ongezond is, maar rijden er speciaal voor om.
Wij weten dat sociale media ons zenuwachtig maken, maar controleren toch om de zes minuten onze smartphone.
Wij weten dat stress slecht is, maar antwoorden nog snel om 23.48 uur op mails met “geen probleem hoor”.

De mensheid is eigenlijk één grote combinatie van zelfvernietiging en klantenkaarten.

En ondertussen bouwen we technologie die steeds slimmer wordt.

We praten tegen artificiële intelligentie. En omgekeerd, voor steeds meer mensen is het een virtuele vriend en biechtstoel geworden.
Onze horloge zegt hoeveel we geslapen hebben.
Onze auto parkeert zichzelf.
Onze stofzuiger rijdt autonoom tegen dezelfde stoelpoten als wijzelf vorige week.
En binnenkort hebben we waarschijnlijk een koelkast die teleurgesteld zucht wanneer ze ons om middernacht opnieuw kaas ziet eten.

Technologie helpt ons vooruit, zonder twijfel.

Maar tegelijk bouwen we rustig verder aan een wereld waarin niemand nog een telefoonnummer kent, kinderen denken dat melk uit een karton komt en volwassen mensen ruzie maken op internet met iemand die “WitteWolf1963” heet.

Ondertussen warmt de planeet op alsof iemand de thermostaat per ongeluk op barbecue heeft gezet.

Bossen verdwijnen.
Oceanen vullen zich met plastic.
Gletsjers smelten weg.

Maar geen paniek: er komt binnenkort een nieuwe smartphone met een betere nachtmodus.

Dat stelt gerust.

En toch blijven wij boomagers opmerkelijk optimistisch.

Wij planten bloemen.
Wij gaan wandelen.
Wij adopteren honden.
Wij kopen airfryers.
Wij proberen yoga.
Wij sturen hartjes naar onze kleinkinderen.
Wij zetten nostalgische muziek op en zingen luid mee terwijl we de helft van de tekst verkeerd kennen.

Dat is misschien het mooiste aan ouder worden: je beseft hoe absurd alles eigenlijk is, maar je doet toch verder.

Want uiteindelijk is de mens een merkwaardige mengeling van grootheid en complete nonsens.

Wij schrijven gedichten over vrede en toeteren agressief in de file.
Wij posten inspirerende quotes terwijl we kwaad reageren op een parkeerboete.
Wij willen gezond leven maar beschouwen mayonaise nog altijd als een groente.

En ergens is dat misschien net onze redding.

Dat we blijven lachen.
Blijven morsen.
Blijven proberen.
Blijven genieten.
Zelfs terwijl onze knieën kraken, onze wachtwoorden verdwijnen, onze rug protesteert en onze smartphone plots meldt dat onze schermtijd deze week met 37 procent gestegen is.

“Het is goed in eigen spiegel te kijken.”

Zeker.

Al hoeft het misschien niet elke ochtend meteen na het opstaan. Dat is voor niemand goed voor het zelfvertrouwen.

(*) ‘t is goed in ‘t eigen hert te kijken
Nog even voor het slapen gaan
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan.
Of ik geen ogen heb doen schreien
Geen weemoed op een wezen lei
Of ik aan liefdeloze mensen
een woordeke van liefde zei.
En vind ik in het huis mijns herten
Dat ik één droefenis genas
Dat ik mijn armen heb gewonden
Rondom één hoofd, dat eenzaam was…
Dan voel ik, op mijn jonge lippen
Die goedheid lijk een avond-zoen…
‘t is goed in ‘t eigen hert te kijken
en zo z’n ogen toe te doen. 

Alice Nahon

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Gegratineerde scampi in groene kruiden-lookboter met frietjes

Ingrediënten (voor 4 personen) Voor de scampi’s: · 24 grote scampi’s (ongeveer 6 per persoon), gepeld en ontdarmd · 2 el olijfolie · Peper en zout · 1 snufje...

Te jong om oud te zijn

spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...