Soms heb ik het gevoel dat ik een boksbal ben. Geen fraaie, glimmende boksbal uit een exclusieve fitnessclub waar gespierde jongemannen met zorgvuldig getrimde baarden zichzelf filmen terwijl ze één keer slaan en daarna twintig minuten op hun telefoon kijken. Nee, ik bedoel zo’n ouderwetse, zware zak die ergens in een halfdonkere kelder aan een haak hangt. Een beetje scheef, hier en daar versleten en met naden waarvan zelfs een optimistische schoenmaker zou zeggen dat we ze beter in de gaten houden.
Daar hang ik dan. Stil en roerloos.
Niet omdat ik volledig tot rust ben gekomen of eindelijk de innerlijke vrede heb gevonden waarover mensen met een yogamat en een duur abonnement zo graag spreken. Ik hang stil omdat ik niet weet uit welke richting de volgende klap zal komen. Links, rechts, recht in het midden, of onverwacht van iemand die beweert dat hij mij alleen maar een vriendelijk duwtje wilde geven.
Dat is het vervelende aan het bestaan van een boksbal: je krijgt vooraf geen programma.
Er hangt nergens een bordje met: maandag om kwart over tien een lichte tik inzake administratie, woensdagmiddag een stevige rechtse wegens familiale omstandigheden en vrijdag tegen sluitingstijd een uppercut van de belastingdienst. Was dat wel zo, dan kon een mens zich voorbereiden. Je zou op woensdagmorgen stevig ontbijten, een comfortabele broek aantrekken en tegen de mensen in je omgeving zeggen: “Vandaag liever geen ingewikkelde vragen, want om drie uur word ik tegen het plafond gemept.”
Maar zo werkt het leven niet. Het leven is geen gemeentelijke afvalkalender. De klappen worden niet netjes per kleur aangeduid en ze komen zelden op de dag die daarvoor voorzien was.
Je hangt dus maar wat te hangen.
Dat klinkt rustiger dan het is. Want wie aan een plafond hangt, weet dat hij volledig afhankelijk is van de kwaliteit van de haak, de stevigheid van het touw en de goede bedoelingen van iedereen die toevallig voorbijkomt. Vooral dat laatste baart mij zorgen. De geschiedenis leert ons immers dat goede bedoelingen dikwijls de bokshandschoenen aantrekken.
Politici zijn daar bijzonder bedreven in. Zij slaan nooit zomaar. Elke klap is een hervorming, een noodzakelijke bijsturing of een moedige ingreep om onze toekomst veilig te stellen. Wanneer je na zo’n veilige toekomst drie meter heen en weer slingert, wordt van je verwacht dat je dankbaar knikt. Of toch minstens begrip toont voor de moeilijke omstandigheden waarin men jou heeft moeten raken.
“Deze klap doet vandaag misschien pijn,” zegt de minister, “maar op lange termijn wordt iedereen er beter van.”
De lange termijn is een wonderlijk natuurverschijnsel. Hij bevindt zich altijd net voorbij de volgende verkiezingen en wordt doorgaans bereikt wanneer de minister zelf een andere functie heeft.
Ook een regering lijkt soms op een boksclub waarin niemand precies weet wie de trainer is. De ene partij roept dat er harder moet worden geslagen, de andere dat de handschoenen socialer moeten worden verdeeld, een derde wil eerst een commissie oprichten om te onderzoeken of de boksbal wel voldoende inclusief is opgehangen. Intussen krijgt de bal klappen van iedereen, omdat men het over één zaak blijkbaar eens is: hij hangt daar nu toch.
Na iedere slag slingert hij heen en weer. Dat heet dan maatschappelijke dynamiek.
Wanneer hij uiteindelijk weer bijna stilhangt, komt er iemand uitleggen dat stilstand achteruitgang is.
Toch is de politiek maar één van de vele boksers in de zaal. Het leven zelf beschikt over een veel uitgebreidere technische bagage. Het slaat niet alleen hard, maar ook verrassend. Het kan jaren doen alsof het nauwelijks geïnteresseerd is en dan plots toeslaan met een combinatie waar een olympische kampioen jaloers op zou zijn.
Ik heb in mijn leven al enkele van die combinaties mogen ontvangen. Mensen verliezen die je liever nog wat langer bij je had gehouden. Afscheid nemen van je ouders en ontdekken dat je, hoe oud je zelf ook bent, plots niemand meer boven je hebt staan. Werkgevers voor wie je jarenlang je best deed en die op een dag failliet gingen, soms op de klassieke manier en soms op een manier waarbij zelfs de curator vermoedelijk eerst diep ademhaalde voor hij het dossier opende.
Er bestaan faillissementen waarbij iedereen verliest. Er bestaan er ook waarbij sommige mensen opvallend goed voorbereid blijken te zijn op het verlies van de anderen. Dat zijn doorgaans dezelfde mensen die je vooraf verzekerden dat we allemaal in hetzelfde schuitje zaten. Achteraf bleek dat zij als enigen een reddingsboot hadden, compleet met buitenboordmotor en minibar.
Ook een scheiding is een stevige klap. Niet alleen omdat twee levens uit elkaar worden gehaald, maar omdat daarbij plots moet worden bepaald wie eigenaar is van de salontafel, de koffiekopjes en die ene plant die al jaren op sterven na dood is maar nu door beide partijen principieel wordt opgeëist. Een mens kan jarenlang naast elkaar leven zonder zich vragen te stellen over de juridische status van een broodrooster. Tot de liefde voorbij is. Dan blijkt dat apparaat een emotionele en financiële waarde te vertegenwoordigen die voordien niemand had vermoed.
En zo zijn er nog klappen geweest waarop ik hier niet hoef in te gaan. Iedere boksbal heeft tenslotte recht op een beetje beroepsgeheim.
Het merkwaardige is dat je na verloop van tijd de sporen begint te zien. In het begin ben je nog strak gevuld, keurig afgewerkt en overtuigd dat je tegen een stootje kunt. Je bent jong en denkt dat slijtage iets is wat hoofdzakelijk auto’s, wasmachines en andere mensen overkomt. Daarna begint hier en daar een naad wat te rekken. Er verschijnt een kras. De buitenkant wordt minder soepel en wanneer je beweegt, hoor je soms geluiden waarvan je hoopt dat ze uit een nabijgelegen meubelstuk komen.
Bij mensen noemen we dat ouder worden.
De reclame noemt het vitaal ouder worden, omdat ouder worden op zichzelf blijkbaar commercieel onvoldoende aantrekkelijk klinkt. Wij worden niet oud. Wij blijven actief, bewust, betrokken en bij voorkeur ook digitaal vaardig. We wandelen met stappentellers, slapen met horloges die ons ’s morgens vertellen dat we slecht hebben geslapen en meten onze hartslag nadat we de gebruiksaanwijzing van datzelfde horloge hebben gelezen.
Alles wordt gemonitord, behalve de vraag waarom we onszelf voortdurend moeten monitoren.
Een boksbal heeft dat probleem niet. Die weet precies hoe hij eraan toe is. Zodra de naden openspringen en de vulling op de grond ligt, verschijnt er geen deskundige met het advies om meer te bewegen, minder vet te eten en vooral positief te blijven denken.
Positief denken is trouwens een wonderlijk middel. Het wordt vooral aanbevolen door mensen die op dat moment zelf geen klappen krijgen. Wanneer jij drie meter achteruit slingert, zeggen zij dat je de slag als een kans moet zien. Misschien moest je toch eens uit je comfortzone komen.
Mijn comfortzone bevindt zich doorgaans op een plaats waar niemand mij slaat. Maar zelfs daar weet het leven mij meestal te vinden.
Misschien is dat wel de kern van de vergelijking. Een boksbal heeft geen inzicht in wat hem te wachten staat. Hij weet niet hoe hard de volgende klap zal zijn, wanneer ze komt of hoe lang hij ervan zal naslingeren. Hij weet zelfs niet of degene die voor hem staat kan boksen. Dat laatste maakt een groot verschil. Een geoefende bokser slaat gericht. Een amateur haalt wild uit, mist half, struikelt en geeft de bal vervolgens de schuld.
In onze samenleving worden opvallend veel belangrijke beslissingen genomen door mensen die achteraf verklaren dat niemand de gevolgen had kunnen voorzien. Het zijn de amateurs van de geschiedenis. Ze halen uit, kijken verbaasd naar wat er gebeurt en stellen daarna een onderzoekscommissie samen om na te gaan wie de boksbal verkeerd heeft opgehangen.
De bal zelf wordt zelden gehoord.
Daarom voel ik mij soms niet alleen persoonlijk, maar ook maatschappelijk een boksbal. Belastingen stijgen, diensten verdwijnen, loketten sluiten en alles moet digitaal omdat dat efficiënter is. Voor wie het digitale systeem heeft ontworpen, vermoed ik. Wanneer je niet kunt inloggen, ligt het probleem bij jou. Wanneer de overheid zelf niet kan inloggen, is er sprake van een tijdelijke technische storing.
We hangen allemaal aan dezelfde digitale haak, al beschikt niet iedereen over hetzelfde wachtwoord.
Toch wil ik niet klagen. Een klagende boksbal is immers weinig aantrekkelijk gezelschap. Bovendien heeft de mens een merkwaardig aanpassingsvermogen. Na elke klap slingeren we even heen en weer, kijken we of alles er nog aan zit en proberen we opnieuw tot stilstand te komen. Soms lachen we zelfs. Niet omdat het allemaal zo grappig is, maar omdat humor een van de weinige verdedigingsmiddelen is waarvoor geen vergunning, voorschrift of gebruikersaccount nodig is.
Humor is de pleister op de naad. Ze herstelt de boksbal niet, maar ze voorkomt dat iedereen voortdurend naar de scheur kijkt.
Misschien zijn we daarom zo dol op satire. We zien de handschoen aankomen, weten dat we hem niet kunnen tegenhouden en maken dan maar een opmerking over de kleur ervan. Het is geen overwinning, maar het geeft de klap tenminste een beetje stijl.
En eerlijk gezegd: niet iedere aanraking is een slag. Soms komt iemand voorbij die de bal even tegenhoudt wanneer hij te wild slingert. Iemand die niets repareert, geen groot advies geeft en niet beweert dat alles wel een reden zal hebben. Hij legt gewoon een hand tegen de versleten buitenkant tot de beweging minder wordt.
Dat zijn de mensen die het leven draaglijk maken.
Niet de trainers die langs de kant roepen dat je sterker moet worden. Niet de deskundigen die uitleggen dat je veerkracht moet ontwikkelen. Een boksbal heeft meer dan genoeg veerkracht. Dat is juist zijn probleem. Hoe hard hij ook wordt weggeslagen, hij komt altijd terug naar de plaats waar de volgende klap hem kan raken.
Soms vraag ik mij af hoeveel slagen zo’n bal aankan. Wanneer begeeft de haak het? Wanneer scheurt de laatste naad? Wanneer zegt het materiaal: nu is het genoeg geweest, zoek maar een andere metafoor?
Niemand weet het.
Gelukkig maar, wellicht. Want als we de exacte datum van de laatste klap kenden, zouden we de jaren ervoor besteden aan het invullen van formulieren, het regelen van onze administratie en het zoeken naar het wachtwoord van een account dat we in 2014 hebben aangemaakt.
Dus hangen we verder.
Een beetje versleten, maar nog niet gescheurd. Met littekens die bewijzen dat we niet altijd in een toonzaal hebben gehangen. We hebben mensen verloren, werk zien verdwijnen, relaties zien mislukken, zekerheden zien instorten en politici horen beloven dat er na deze allerlaatste moeilijke maatregel opnieuw ruimte zou komen voor perspectief.
Dat perspectief blijkt meestal net achter de volgende besparing te liggen.
Maar we zijn er nog.
Misschien is dat uiteindelijk de bescheiden triomf van de boksbal. Niet dat hij alle klappen heeft ontweken, want dat is onmogelijk. Niet dat hij sterker is geworden van iedere slag, want sommige klappen maken je gewoon zwakker. Wel dat hij, zolang de naden het houden, blijft hangen.
Niet fier en onkwetsbaar. Niet als held. Gewoon aanwezig.
En wanneer er weer iemand met bokshandschoenen voor mij verschijnt en zegt dat deze ingreep helaas noodzakelijk is voor mijn eigen welzijn, zal ik doen wat ik altijd heb gedaan.
Ik zal diep ademhalen, voor zover een boksbal dat kan.
Ik zal mij schrap zetten, ook al heeft een hangende zak daar weinig aan. En terwijl ik door de lucht vlieg, zal ik proberen te onthouden wie er geslagen heeft.
Er komen tenslotte ooit weer verkiezingen.

















